Schaatsen maken was vroeger seizoensarbeid. De plaatselijke smid smeedde de ijzers en het bijbehorende houtwerk werd geleverd door de meubelmakers. Iedere smid maakte weer andere schaatsen, soms ook maakte één smid verschillende soorten, al naar gelang de vraag.
De familie De Rooij was afkomstig uit het Land van Altena in Brabant en kwam in 1787 hun geluk zoeken in het westen van ons land. Een zoon uit dat gezin, Maarten, trouwde in 1810 met de Waddinxveense Margje Smid. Het huwelijk vond plaats in Broek, het zuidoostelijke deel van Waddinxveen, want daar kwam de bruid vandaan. Uit dit huwelijk werd Klaas de Rooij geboren, op 4 november 1821. Van hem is bekend dat hij smid was en woonde op het adres Kerkweg 52b, hoek Kerkweg/Zuidkade. Uit het huwelijk van Klaas de Rooij met Antonia Maria Zwanenburg werden 8 kinderen geboren. Klaas overleed in 1875. Drie van de zonen zetten de zaak voort: Arie, Kors en Maarten. In 1892 was er in Scheveningen een Internationale Sporttentoonstelling. Smederij De Rooij uit Waddinxveen kreeg daar een gouden medaille en een diploma voor de mooiste schaatsen. Oude verhalen beweren dat Regentes Emma hoogstpersoonlijk per koets naar Waddinxveen kwam om voor haar dochter Wilhelmina deze bekroonde schaatsen te bestellen bij de Gebroeders de Rooij. Het lijkt waarschijnlijker dat regentes Emma de schaatsen in Scheveningen gezien heeft en daar besteld heeft. In 1917 lieten de drie broers een nieuw pand bouwen een stukje verder op de Kerkweg, op nr. 197. Deze zaak stond bekend als smederij, constructiewerkplaats, machinefabriek, rijwiel- en motorhandel en reparatie-inrichting. Hier werden de eerste rijwielen in de provincie Zuid-Holland vervaardigd. Bovendien was er een schaatsenmakerij aan verbonden, waar het bekende fabrikaat 'Gebr. De Rooij' gemaakt werd. De schaatsen hadden een zeer korte hals, het einde gelijk met de hak, behorend tot het type schaats dat snel omhoog rijst ('vol is'). De ijzers waren 3 mm breed, later 2 mm. Het schaatshout was van vruchtenboomhout. Op de ijzers stond bij de hals ingeslagen Gebr. De Rooij. De prijs was vijf gulden. Na de dood van zijn broers in 1917 en 1918 dreef Maarten de zaak alleen verder tot een ziekte in 1928 hem dit onmogelijk maakte. De zaak kwam in handen van o.a. C. Offereins.
De smid van Ouderkerk a/d Amstel, Wouter Roskam, die in 1920 met Neeltje Mur uit Breukelen was getrouwd, hoorde bij toeval dat de voormalige smederij van De Rooij in Waddinxveen te koop stond. Op 31 juli 1930 kocht hij eerst de smederij, in 1940 werd ook het woon/winkelgedeelte zijn eigendom. De acht mensen die er werkten verdienden tien tot twaalf gulden per week, helemaal niet zo slecht voor die tijd. Bij de verkoop was contractueel bepaald dat de schaatsen, die door Wouter Roskam gemaakt werden, de naam van de Gebr. de Rooij, Waddinxveen mochten en moesten blijven voeren.
In de jaren vijftig werd het bedrijf uitgebreid en verhoogd. Eind jaren zestig werd de achterkant, die was ingestort door de aanleg van een nieuwe riolering, vernieuwd. Er is steeds gemoderniseerd. Werden in de jaren vijftig veel onderdelen geproduceerd voor de meubelindustrie en de bouw, in de jaren negentig werden dat onderdelen voor constructies, zoals balkonhekken en traphekken voor flatgebouwen. Ook werden er reparaties verricht en schaatsen geslepen. De zoon van Wouter, Evert Jan, had vanaf het begin van de jaren vijftig de leiding; nadien werd dat diens zoon Wouter. Het bedrijf bevindt zich niet meer aan de Kerkweg, maar is verhuisd naar de Staringlaan in het noorden van Waddinxveen.
Auteur: C.J.Th. de Jong-Steenland
Literatuur:
Website: