In de gemeente Alphen, oftewel aan de hoge zijde van de Rijn, lagen tot ver in de twintigste eeuw vijf pannenbakkerijen. De jongste was de uit de negentiende eeuw daterende pannenbakkerij van Jan Karel van Leeuwen in de huidige Emmalaan. Veel oudere pannenbakkerijen waren gevestigd in de Hoorn. Ter hoogte van het huidige Avifauna waren twee pannenbakkerij redelijk dichtbij elkaar gevestigd. De oudste wordt al in 1598 genoemd en de andere in 1667. De vierde pannenbakkerij lag bij de buitenplaats Hoogerwal en wordt voor de eerste keer vermeld in 1687. Deze pannenbakkerijen bleven bestaan tot het begin van de twintigste eeuw. De jongste pannenbakkerij, die meer dan anderhalve eeuw in bezit was van de familie Oosthoek, bleef tot de jaren zeventig van de twintigste eeuw in bedrijf.
De pannenbakkerij van de firma Oosthoek werd gesticht door Maerten Pietersz Meurs. De in Koudekerk wonende Jan Gerritsz Meurs kocht in 1720 van de Alphense schout Adriaan Rosenboom en zijn zuster Anna voor 1.840 gulden een stuk land. Maerten Meurs liet op het perceel land tussen 1720 en 1725 een pannenbakkerij bouwen. Pieter Meurs, waarschijnlijk de zoon van Maerten Pietersz, wordt in 1785 als eigenaar genoemd en na het overlijden van zijn weduwe, Geertje Stortenbeker, werd de onverdeelde helft van het bedrijf in 1795 getaxeerd en gewaardeerd op 4.250 gulden. De executeurs-testamentair van Geertje verkochten de pannenbakkerij met huis, erf, twee kampen land en een arbeidershuis in 1797 aan Johannes Elisa Goetzee voor 13.650 gulden. Goetzee verkocht het bedrijf al een jaar later aan Michael van der Meersch. Hij legde er 600 gulden op toe, want Van der Meersch betaalde 5.040 gulden kontant en nam een bestaande schuld van 8.000 gulden op het bedrijf over. Van der Meersch verdiende acht jaar later wel behoorlijk op de transactie. Hij verkocht het bedrijf in 1806 aan Theodora Elisabeth Boon voor 14.880 gulden en 8 stuivers. Enkele jaren na de aankoop door Theodora Elisabeth Boon bleek zij het bedrijf samen met haar man Lukas Boon te voeren. Lukas, van beroep pannenbakker, noemde Theodora Elisabeth in 1812 zijn “firmante”. Enkele jaren later werd de pannenbakkerij publiek geveild, waarbij de Koudekerkse pannenbakker Arie van Rijn de hoogste bieder was met 3.600 gulden. Het bod was voor de verkopers blijkbaar te laag, want de verkoop werd opgehouden. Na het overlijden van zijn vrouw verkocht Lucas Boon het bedrijf in 1821 aan Hendrik Cannegieter. De pannenbakkerij wordt dan vermeldt als “eene extra gelegene en welingerigte vanouds vermaarde pannebakkerij met deszelfs ovenhuis, waarvan sedert eenige jaren de ovens aanmerkelijk vernieuwd zijn”. Bij de pannenbakkerij behoorden een woonhuis, tuintje, ruime koe- en paardenstallen, arbeiderswoning, loodsen en wagenhuis. Ook het daarnaast gelegen “hecht, sterk, extra drooge heerehuizinge” met twee behangen kamers, drie woonhuizen, een aantal percelen weiland en een perceel bosland veranderden van eigenaar. Dat gold ook voor de gereedschappen waaronder de kleistaal, twee paarden, 5 à 6.000 Nederlandse of 10 à 12.000 oude ponden hooi en een baggerschouw. De gereedschappen met wat daarbij hoorde werd voor 800 gulden overgenomen. Bovendien moest de koper de afspraken met het werkvolk nakomen. Hendrik Cannegieter werd voor 12.500 gulden de nieuwe eigenaar. Twee jaar later, in november 1823, werd de Alphense bouwman Maarten Oosthoek de nieuwe eigenaar.
De in Boskoop geboren Maarten Oosthoek was bijna 39 jaar oud toen hij de pannenbakkerij kocht. Hij was de eerste van vijf generaties Oosthoek, die gedurende bijna anderhalve eeuw bij het bedrijf betrokken zouden zijn. Maarten overleed in Alphen op 7 april 1867. Van de kinderen van Maarten werd alleen de zoon Arie, geboren in 1816, pannenbakker. Arie woonde de eerste jaren van zijn huwelijk in Aarlanderveen aan de Lage Zijde van de Rijn. Pas in de loop van de jaren zestig van de negentiende eeuw verhuisde hij met zijn gezin naar Alphen.
Hij nam het bedrijf van zijn vader over. Onder zijn leiding werd het bedrijf uitgebreid met de fabricage van cement. De nieuwe bedrijfstak bestond in ieder geval al in 1881, toen een werkplaats voor de cementfabriek werd gebouwd. In 1914 werd de betonfabriek verzelfstandigd en kreeg de naam “de Hoorn”.
Ten gevolge van de opname van zoon Pieter Jan Oosthoek in het bedrijf, werd de bedrijfsnaam veranderd in Oosthoek & Zoon. De naam bleef ook bestaan nadat vader Arie op 17 februari 1890 overleed.
Tijdens het directeurschap van Pieter Jan vierde het bedrijf in 1923 het honderdjarig bestaan. Op dat moment hadden de bedrijfsterreinen een oppervlakte van twee hectaren en was het één van de grootste dakpanproducenten van Nederland.
Pieter Jan overleed in 1940. Al eerder was zijn zoon Arie, de vierde generatie, in de vennootschap opgenomen en was het bedrijf in de jaren dertig omgezet in een Naamloze Vennootschap. Arie’s zoon Piet Jan was ook bij het bedrijf betrokken tot hij tijdens de Tweede Wereldoorlog in een concentratiekamp gevangen werd gezet en in januari 1945 overleed.
Het gehele fabrieksterrein met verschillende woonhuizen, met een gezamenlijke oppervlakte van ruim vijf hectare, werd in 1972 door de toenmalige eigenaar, "Betonindustrie Alpan N.V."verkocht aan de gemeente Alphen aan den Rijn. De opstallen werden gesloopt en in de jaren daarna verrezen op het terrein woningen, die nu bekend staan als het “Groene dorp”.
De familie Oosthoek was al eerder uit Alphen aan den Rijn vertrokken. In 1956 verruilde zij Alphen aan den Rijn als woonplaats voor Oegstgeest. Daar overleed Arie Oosthoek, de laatste van de familie Oosthoek die bij het bedrijf betrokken was, in 1959.
Mijn vader werkte 45 jaar bij Oosthoek dakpannenfabriek van 1926 tot 1971. Jaap Sampimon runde het schaftlokaal(dat schuin tegenover de oorspronkelijke woning van Arie Oosthoek stond, dat later kantoor werd) tussen de Emmalaan en de Oude Rijn. Het was van binnen wit met lichtgroene bankjes (geen stoelen). Aan het eind van vrijdagmiddag staken 2 kantoormedewerkers met de 2 bakken met loonzakjes de Emmalaan over naar het schaftlokaal, waar altijd dezelfde baas (naam ben ik kwijt, maar altijd een groene hoed op) de loonzakjes uitdeelde door de namen in alphabet af te roepen, waarna een ieder huiswaarts ging.
Zo het de heer J. Winkel kunnen zijn. (de latere prins Carnaval?
Als kind kwam ik over de vloer bij Jaap Sampimon, die was gehuwd met een zuster van mijn oma.Later werd in het genoemde schaftlokaal een figuurzaagmiddag gehouden. De zaagjes waren van een dusdanige kwaliteit, dat er 80 afbraken binnen de twee uur.
Misschien leeft nog een dochter van Sampimon, Alie, die toen gehuwd was met hr. Domburg, en woonde in de Jan van Nieuwenhuizenstraat.
Nico de Jong, uit de Grijpensteinstraat toen nr. 9. -Zoon van Gerrit.
Magda, ik heb nog enkele foto's van oosthoek en de mauritsstraat.
Kun je zeggen wie je grootvader was?
Dat maakt het zoeken wat makkelijker.
Langs deze weg wil ik reageren op de foto,s van de pannenfabriek.Samen met mijn zwager en een paar andere jongens uit Hulst in Zeeuws-Vlaanderen kwamen wij werken in de fabriek.Wij waren in de kost bij Henk en Tonny Hogeveen.Degene die met de loonzakjes kwam heetten Kees Winkel en Jaap Griffioen en Wout Verboom was ploegbaas.Andere namen zijn 3 broers Vergeer. Kanis .Barendrecht. Srtijker.Domburg.de Greef.Koelewijn.Hemerood.Morgerood.Mooy Vader en zoon Hoflandt. Bedrijfsleider Buys en personeelschef Stijns. Op de groepsfoto sta ik rechtsachter naast Piet de Brouwer en zijn broer Jack staat er ook op.Ik heb nog foto,s waar we aan het werk zijn in de fabriek. ook nog een foto samen met Henk en Tonny.Jammer genoeg heb ik geen scanner anders zou ik ze op de computer kunnen zetten. Graag zou ik in contact komen met andere voormalige werknemers en ik wil nog eens komen kijken waar de fabriek heeft gestaan,jammer genoeg is alles afgebroken daar, maar is er toch nog iets van herkenning in de buurt.
Hallo Gerard,
Niet helemaal goed gegaan met de foto's mail mij maar dat is net zo makkelijk.
Ton Vergeer
Hallo Ton
Het is inderdaad niet goed gegaan met de foto.s denk ik .Het is een trouwfoto van iemand.Ik ga mijn foto.s scannen bij een van mijn kinderen en op die manier op de site plaatsen, Groeten Gerard
Hallo,hierboven de foto,s van de pannenfabriek.
De eerste foto van links naar rechts mijn zwager Leo Martinu, Tonny en Henk Hogeveen waar we in de kost waren,Piet de Brouwer en ikzelf.De tweede foto de bovenste man zijn naam weet ik niet meer, die andere heet Boon. De derde foto mijn zwager links en ik en de vierde foto ben ik ook.Ik ben benieuwd of er reacties komen.
Hallo Gerard,
Ik ken nog een paar namen van mannen die bij Oosthoek werkten: De Braven, Steef Blauw,Hoek, van Sticht (bijnaam Napoleon, omdat die lang was,Jan en Willem Mens (neven van elkaar, Sampimon, Karter was de portier, Rigter, Dirk de Heij, Reumerman, Joop Pijnakker die was plakker van een dakpanpers, en 2 mannen die ik alleen van naam ken, "Half acht" omdat die altijd riep "Half acht, grote bijeenkomst", en "de stationschef" omdat die altijd een pet op had van een treincondusteur. Cor Koelewijn heette "zwarte Cor". Er liep ook nog een timmerman rond van tegen de 70. Marius was een van de monteurs en miste enkele vingers of vingertoppen. Van beveiliging hadden nog weinig gehoord.Er was ook nog een andere monteur, waarvan ik de naam niet meer weet.
Weet je de namen nog van de elektromonteurs.
Wanneer zijn die foto's ongeveer gemaakt, wanneer en ter gelegenheid waarvan?
Ik weet dat er begin jaren 60? enkele "Zeeuwen" werkten. Ik kan me ze niet meer zo goed voor de geest halen, maar er was een wat lange magere man bij die volgens mij niet helemaal goed bij z'n hoofd was, maar ik was 7 jaar. M'n vader, Niek Verwoerd, zei dat "die Zeeuwen moeilijk te verstaan waren" en dat was ook zo. Was jij een van die Zeeuwen?
Woonde Tonnie en Henk Hogeveen in zo'n laag huisje aan de Emmalaan tegenover de verffabriek Varossieau?
Dirk Buys (D. Buys), de bedrijfsleider, schafte de houten rekjes af waar de pannen op lagen en voerde de plastic rekjes in. Die plastic rekjes braken echter snel,waardoor de houten rekjes ook weer snel werden ingevoerd. Het had alleen maar veel geld gekost. Sindsdien noemde ze bedrijfsleider ABUIS.
Een heel aardige man overigens. Zo gingen de kleren van hun dochter Annemieke naar mijn zus. En hij vroeg wel eens aan m'n vader hoe het thuis ging.
Mijn vader is een keer heel kwaad geweest op Cees Winkel, omdat de ketting waar al die rekjes aan hingen waar de dakpannen op lagen, voor de zoveelste keer was gebroken. Winkel was daar verantwoordelijk voor. Daardoor kon mijn vader zijn 7000 pannen niet halen die Hij per dag moest maken en waarvoor hij fl.2,50 premie per dag kreeg. Als die 5 dagen 7000 had gemaakt, kreeg die fl. 12,50 en 5 gulden extra. Owee als die vrijdag die laatste 7000 pannen niet had gemaakt, dan miste die namelijk fl.7,50. En dat was veel in die tijd, zeker als je een gezin met 6 kinderen had.
Doordat die ketting was gebroken, lagen de enorme hoeveelheid "walken" (zo heette dat toch) klei aan het eind van de lopende band op de grond. Een enorme bende. Ik zie nog dat enorme kwaaaie gezicht van Cees Winkel toen die die berg klei zag liggen. Stampvoetend liep die weg, maar durfde niks te zeggen. Z'n medewerkers hadden die berg klei bewust nog voor hem laten liggen!
Heb jij mijn vader overigens gekend? Mijn vader werkte meer in de fabriek en volgens mij zaten "die Zeeuwen", zoals ze toen werden genoemd, in het Lange Werk of het Romanenwerk.
Andere namen en/of voornamen bij Oosthoek waren
Kees van Vliet die elk jaar voor Sinterklaas speelde op het Sinterklaasfeest van Oosthoek in gebouw Bethel in het rooie dorp.
Dan had je "de oude muis", oftewel de oude van Leeuwen, vader van kapper Ad van Leeuwen, die vroeger schuin tegenover de fabriek woonde, de Greef heette Nier van zijn voornaam, Hoek heette volgens mijn Cor evenals van Sticht. De ene monteur heette Marius van z'n voornaam en die andere was meneer Delfos.
Hoe heette toch die man die de machines in het de oude en nieuwe deel van de fabriek beheerde. Hij was bijna 65, had al samen met z'n vrouw nieuwe fietsen gekocht, maar stierf 2 weken voordat die 65 werd. Hij was er ook altijd vrijdagavond bij m'n vader was en maakte die machine in de oude fabriek dan schoon. Daarna deed Anton Vergeer het.
Hallo Frans
Het is al even geleden dat je op de site wat vroeg over de pannenfabriek,ja ik was een van die zeeuwen die daar hebben gewerkt maar ik kan me ook niet zoveel meer herinneren.Wat ik weet heb ik op de site vermeld met wat foto.s In de loop van het jaar wil ik alphen eens bezoeken.We hebben een camper dus zoeken we een camping in de buurt en kan ik het daar nog eens gaan bekijken ,het zal er wel heel anders uit zien misschien.Ton Vergeer heeft al aangeboden om een rondleiding te geven daar.Maar dat duurt nog enkele maanden.Groeten Gerard Bogaerd
Heeft iemand de smid van Oosthoek gekend. Hij was Andries Oudernes, zijn vrouw was een zus van mijn oma van Arkel. De zoon van Andries Oudernes zat op kantoor.Buurman Jaap Mooy, werkte op de fabriek. Jan Bol was schipper op de ""Koleivloot""of te wel de bakken met klei uit de Hoge Waard of achter de Martha Stichting
werden gestoken, en via kipkarren in de bakken geladen werden. Ik heb dat in mijn jeugd allemaal gezien. We kochten een balk klei, en ginnen boetseren op school of thuis. Zo heb ik het verzets/oorlogs beeld van Alphen na
gemaakt.
Er wonen nog nazaten van genoemden in Alphen.
Mijn grootvader Dirk van Arkel was schipper, v.m. bij Clant. Nico de jong Gzn.