De Oosterbegraafplaats te Alphen aan den Rijn is aan het einde van de jaren dertig van de twintigste eeuw aangelegd en verving de algemene begraafplaatsen van de voormalige gemeenten Alphen, Aarlanderveen-Lage Zijde en Oudshoorn. Deze begraafplaatsen waren aangelegd na het verbod van 1829 op het begraven binnen bestaande kerkgebouwen.
De begraafplaats van Aarlanderveen-Lage Zijde lag sinds 1899 langs het Aarkanaal aan de Kortsteekterbuurt. Aarlanderveen-Dorp heeft nog steeds de algemene begraafplaats aan het Zuideinde en de katholieken hebben hun dodenakker achter de H.H. Petrus en Pauluskerk aan het Noordeinde. De joden in het gebied tussen Uithoorn en Alphen gebruikten hun begraafplaats aan de Aarkade. De begraafplaats van Oudshoorn en de Gnephoek ligt enkele precelen ten westen van de kerk aan de Oudshoornse weg. Deze begraafplaats is in 1987 geruimd en heeft nu de functie van 'stiltecentrum'.
De begraafplaats van Alphen lag sinds 1829 langs de Molenvliet, achter de kerk van Alphen, achter het Weeshuis van Aarlanderveen, Alphen en Hazerswoude. Ook deze begraafplaats is in 1986 geruimd om plaats te maken voor stedelijke bebouwing. Slechts de bruine beuken zijn gebleven en trotseren jaar in jaar uit de waan van de dag.
De katholieken hebben hun begraafplaats achter de St.-Bonifaciuskerk, nadat hun eerste kerkgebouw aan de Prins Hendrikstraat (waterstaatskerk, later deel van St.-Joseph) vervangen was door de huidige kerk en waarbij het oude kerkhof ook gesloten was. Het kerkhof bij de St.-Bonifaciuskerk is in 1998 grotendeels geruimd, maar opnieuw ingericht als parochiebegraafplaats.
Na de samenvoeging van Aarlanderveen, Alphen en Oudshoorn duurde het nog tot 1934 voordat de raad besloot tot de aanleg van een nieuwe algemene begraafplaats voor de hele gemeente. Door de economische crisis na 1929 werd het gedeeltelijk als werkverschaffingsproject uitgevoerd. De Kromme Aar werd ter plaatse rechtgetrokken; in de zomer van 1935 kwam het hekwerk gereed (aannemer W. van der Helm); in 1937 werd de bouw van het ontvangstgebouw (de aula) aanbesteed. De architect was de gemeentearchitect Waardenburg die zich duidelijk liet inspireren door Dudok en de Amsterdamse School. De bouwers en uitvoerders waren de firma's W. van Beijeren en Snel & Henry. (Bijzonder is toch wel dat er van dit gebouw ansichtkaarten bestaan!). Op 4 april 1938 werd de Oosterbegraafplaats officieel in gebruik genomen.
Inrichting en beplanting getuigen van een strenge symmetrie. Langs de lanen taxusbomen in piramidevorm en achter de aula twee vierkanten met de notabele graven en kelders. Rechts vakken van verschillende klassen. In 1956 vond een eerste uitbreiding plaats aan de linkerzijde (gezien vanuit de aula komend) met o.a. 30 grafkelders (aannemers Oudenes en Turkenburg). In 1977 volgde een grote uitbreiding naar het zuiden met 1600 graven, waaronder algemene keldergraven van vier diep.
De begraafplaats is in veel opzichten waardevol: cultuurhistorisch wegens de namen van toen bekende mensen, vorm en uitvoering van gedenktekens, bomen, planten en vogels. In de jaren 2003/2004 werd een grootscheepse renovatie uitgevoerd. De aula werd onderdeel van het nieuwe crematorium en uitvaartcentrum Oosterheem, er kwamen onder andere een urnenmuur, een kinderbegraafplaats en een vijver voor de toegangspartij.
(H.J. Habermehl)