Op de Algemene begraafplaats te Nieuwveen, naast de Hervormde kerk bevindt zich een monumentale grafsteen met de naam Schoenmakers en Von Briel Sasse. Het is een grote platte steen met bovenaan uitgebeiteld een wapen met helmteken. Bij de steen staat een paaltje waarin zes nummers gegraveerd zijn. Daaruit kan worden geconcludeerd dat sinds 1892 zes overledenen in het graf hun laatste rustplaats vonden.
De eerste eigenaar van dit graf was Pieter Schoenmakers, predikant van de Hervormde gemeente te Nieuwveen. Ds. Schoenmakers was in 1824 als 24-jarige predikant naar Nieuwveen gekomen en stond er tot zijn emeritaat in 1858. Schoenmakers woonde tot zijn overlijden, op 7 februari 1865, in het herenhuis “Sassenoord” aan de Nieuwveense Dorpsstraat. Pieter Schoenmakers was gehuwd met Johanna Cornelia van Kaathoven. Bij haar overlijden op 25 juli 1854 heeft Schoenmakers het graf waarschijnlijk gekocht. De begraafregistratie uit de periode voor 1892 is niet bewaard gebleven, zodat niet precies bekend is welke familieleden nog meer in het graf werden bijgezet. Tussen 1854 en 1865 overleden vier kleinkinderen van ds. Schoenmakers. De enige zoon van ds. Schoenmakers was Jeremias, houtzaagmolenaar op de Nieuwveense zaagmolen “Angenita”. Twee kinderen van Jeremias en zijn echtgenote overleden op jonge leeftijd. De bijna anderhalf jaar oude Johannes in 1857 en Johanna Kornelia, nog geen drie jaar oud, in 1863. De jongste dochter van ds. Schoenmaker trouwde met de apotheker dr. Jan Sasse. Ook in dit gezin overleden twee kinderen op jonge leeftijd. Twee zoontjes, ieder met de voornamen Hendrik Frederik August, overleden respectievelijk in 1859 en 1860. De eerste was ruim een jaar oud, de tweede zeven weken Waarschijnlijk zijn deze vier kleinkinderen in het familiegraf bijgezet. We kunnen aannemen dat in ieder geval ds. Pieter Schoenmakers in 1865 bij zijn vrouw (en kleinkinderen) werd begraven. Op grond van de bijzettingen van na 1892 kan worden aangenomen dat het graf na het overlijden van Pieter Schoenmakers eigendom werd van de familie Sasse. Eveneens kan worden aangenomen dat de leden van die familie in het graf werden bijgezet.
De oudste dochter van Jan Sasse en Susanna Schoenmakers was Betzij Elebarta Jacoba Sasse, geboren 16 oktober 1854 te Amsterdam. Zij trouwde in 1873 met de wijnhandelaar Louis van Son en kregen vier kinderen die allemaal in 1878 om het leven kwamen. Op 6 november van dat jaar om acht uur ’s avonds ging Betzij van Son-Sasse nog even naar haar kinderen kijken die al in bed lagen. Zij kon echter niet meer naar binnen daar de kamer vol rook stond. De brandweer werd gewaarschuwd en de brand geblust. De brand had catastrofale gevolgen. Alle kinderen uit het gezin waren gestikt door de rook. De jongste was 1 ½ en de oudste 4 ½ jaar oud. Aangenomen kan worden dat de kinderen in het familiegraf werden bijgezet.
Een aantal jaren later overleed Louis van Son. Ook van hem mag worden aangenomen dat hij in het familiegraf een laatste rustplaats vond. Betzij Sasse hertrouwde in 1893 met haar neef, de arts Arnoldus van Rhijn.
Aan de hand van de begraafadministratie zijn hierna de bijzettingen met zekerheid vast te stellen. In 1909 overleed Augusta Brems, de Poolse echtgenote van J.C. Sasse, een zoon van Jan Sasse. Haar begraving kreeg registratienummer 180.
Het noodlot in de familie Sasse sloeg in 1916 weer toe. Op 23 februari ‘s nacht om 1 uur overleed Betzij Elebarta Jacoba Sasse. Tien uur later om 11.00 uur overleed ook haar man Arnoldus van Rhijn. Zij werden beiden begraven op 26 februari in het familiegraf (registratienummers 455 en 456). Op de begraafdag van haar dochter en schoonzoon overleed ’s middags om half vier ook de moeder van Betzij, Susanna Johanna Sasse-Schoenmakers. Zij werd op 1 maart in het familiegraf begraven (registratienummer 457). Enkele dagen daarna, op 7 maart ’s nachts om 2 uur, overleed haar man dr. Jan Sasse. Hij werd drie dagen later, op 10 maart, bij zijn vrouw begraven (registratienummer 460). De laatste begraving vond plaats in 1931. Op 27 november van dat jaar overleed Johannes Cornelis Sasse, een zoon van dr. Jan Sasse. Aan Johannes Cornelis was bij Koninklijk Besluit van 7 maart 1891 een naamswijziging verleend. Vanaf dat moment luidde zijn familienaam “von Briel Sasse”.
Mr. Johannes Cornelis von Briel Sasse was eerst griffier en later kantonrechter in Schiedam. Hij woonde, met zijn tweede vrouw Louise Jacoba Kooij, op “Sassenoord” en was degene die dit pand zijn fraaie status gaf. Zijn begraving kreeg als registratienummer 880.
Samenvattend kan worden geconcludeerd dat van zes personen zeker is dat ze in het familiegraf werden begraven. Van twee personen, ds. Schoenmakers en zijn echtgenote kan dat met zekerheid worden aangenomen. Waarschijnlijk vonden ook de acht jong overleden kleinkinderen van ds. Schoenmakers in het graf hun laatste rustplaats. Wellicht werd ook Louis van Son bij zijn kinderen begraven. De enige twee die, op grond van een familierelatie, nog in aanmerking zouden kunnen komen voor een rustplaats in het familiegraf waren de oudste dochter van ds. Schoenmakers, Magdalena, en haar man, de wijnhandelaar Johannes Marius Koekelis. Het echtpaar woonde vanaf 1861 in Nieuwveen, waar de man in 1866 overleed. Magdalena overleed in Leiden in 1871, maar woonde toen in Nieuwveen. Omdat ds. Schoenmakers inmiddels was overleden en het graf wellicht op naam van Jan Sasse zal hebben gestaan, is dit echter niet aannemelijk.
D. van Eijk-Vermeij
Archief: