De begraafplaats gezien vanaf het talud van de Rijnbrug met aan de rechterkant het Aarkanaal. Op de voorgrond de achterzijde van de begraafplaats met de rij grafkelders. De ingang van de begraafplaats lag aan de andere zijde. Foto 1975.
Het terrein van de begraafplaats, gezien vanaf de achterzijde, richting ingang. De staande grafsteen op de achtergrond is de steen op het graf van Cornelia Petronella Stapper, die in 1928 op 14-jarige leeftijd overleed en haar vader Jacob Stapper, die op 54-jarige leeftijd in 1943 als één van de laatsten op de begraafplaats werd begraven. Foto 1975.

Begraafplaats Lage Zijde te Aarlanderveen

De aanleg van de begraafplaats aan de Lage Zijde is een gevolg van het besluit van 7 december 1898 van de gemeente Alphen, om met ingang van 1 januari 1900 op hun begraafplaats geen lijken meer te laten begraven uit andere gemeenten. Met name betrof dat de overledenen, jaarlijks zo'n veertig, uit het Aarlanderveense gemeentedeel Lage Zijde. Die moesten vanaf dat moment worden begraven op de enige Algemene begraafplaats die Aarlanderveen op dat moment rijk was, die aan het Zuideinde in Aarlanderveen-dorp. Gezien de afstand zou dat een kostbare zaak worden, voor de armen zelfs onbetaalbaar. Om aan dat probleem tegemoet te komen, besloten de Aarlanderveense bestuurders een tweede begraafplaats aan te leggen aan de Lage Zijde. Er werd snel gehandeld. In mei 1899 werd van Jacob Lucius Henricus de Jong Schouwenburg een stuk weiland van 2.573 m² meter met de daarvoor liggende weg van 70 m² meter aangekocht. De gemeente betaalde 2.643 gulden, dus een gulden per vierkante meter, voor het perceel. Het lag langs de weg van Leiden naar Woerden, vrijwel op de hoek van de Rijn en het Aarkanaal, bij de brug over het Aarkanaal. Op 24 mei 1899, een week na het notariële transport van het perceel land, werd de aanleg van de begraafplaats, de bouw van een barenhuis met barak en het maken van zes grafkelders aanbesteed. Tien aannemers tekenden voor het werk in. Het werk werd aan de laagste inschrijver, S. Bodegraven te Nieuwveen, gegund voor 4.262 gulden.
Het terrein werd 50 centimeter uitgegraven en vervolgens opgehoogd met een zandpakket van 2.35 meter. Op het terrein verrees een gebouwtje van 8 x 4,5 meter, voor de helft bestemd als barenhuis en voor de andere helft als barak. Het gebouwtje was gedekt met blauwe kruispannen.
Bij de ingang van de begraafplaats werd een prachtig 14 ½ meter breed smeedijzeren hek met twee draaihekken geplaatst. De stijlen naast de draaihekken werden voorzien van, waarschijnlijk gietijzeren, doodskoppen. Komende vanaf de weg en nadat het toegangshek was gepasseerd, volgde een bijna 45 meter lang toegangspad dat aan het einde licht afboog naar rechts. Op dat punt, waar aan de rechterkant het baarhuis stond, begon de eigenlijke dodenakker met een lengte van 50 en een breedte van 17 meter.
De begraafplaats was verdeeld in vijf rangen, waarvan de eerste rang (de duurste) met de zes grafkelders achteraan was gesitueerd.
De begraafplaats had een breedte van ongeveer 18.00 meter, waar omheen een haag werd aangeplant. Bestaande sloten rond het terrein werden uitgediept en andere sloten gegraven zodat het terrein uiteindelijk aan drie kanten door sloten werd omgeven. De bestaande sloot aan de wegkant, de voorzijde, werd gedempt.
Volgens het bestek zou de begraafplaats op 1 oktober 1899 moeten worden opgeleverd. Op 1 november 1899 werd de begraafplaats in gebruik genomen. Dertien dagen later, op 13 november 1899, werd de 63-jarige timmerman Auke Hamersma als eerste op de begraafplaats ter aarde besteld. Hij was op 9 november overleden. De begraafplaats bleef nog geen halve eeuw in gebruik. Door de aanleg van de Oosterbegraafplaats in de jaren dertig van de twintigste eeuw, was de begraafplaats, evenals de begraafplaatsen van Alphen en Oudshoorn, overbodig geworden. Op 16 februari 1946 werd Marinus Pieter van Dijk als laatste op de begraafplaats aan de Lage Zijde begraven. Tussen dit tijdstip en de eerste begraving in november 1899 zijn 993 personen ter aarde besteld. Na de sluiting van de begraafplaats werden tussen 1939 en 1968 acht personen overgebracht naar de Oosterbegraafplaats en één naar Zwammerdam. In 1986 werd de begraafplaats geruimd. Het terrein, waarop de begraafplaats was gesitueerd, is thans nog in het landschap herkenbaar. Bronnen:

  • SARM; GA Aarlanderveen, inv.nr. 989, 996.
  • SARM; Archief Secretarie Alphen aan den Rijn.


Reactie plaatsen




bijlage of video toevoegen





Houd mij op de hoogte van reacties op mijn inzending

Ik ga akkoord met de voorwaarden

* Verplicht invullen

Zoeken

Plaats

Graven en gedenktekens

Terug naar

Graven en gedenktekens

Vrouwtje van GoudaLeimuiden en Vriezekoop aan het einde van de achttiende eeuwStokhuyzen jam- en vruchtensapfabriekZevenhoven in de negentiende eeuw