"Zijnde van keel (rood) beladen met twee zwaarden en sautoir
(gekruist), waarop in het midden een doodshoofd, alles van zilver,
en een gebonden jagthoorn van hetzelfde en pointe (uitlopend in een
punt)".
Bevestigd bij Besluit Hoge Raad van Adel van 28 september 1819.
Het wapen vindt zijn oorsprong in het wapen van de familie Von
Mandelsloh of ook wel Van Mandersloo. Deze familie voerde in het
wapenschild een hoorn, terwijl het schild werd gedekt door een
helmteken van een doodshoofd met door de oogkassen twee zwaarden.
Ernst van Mandersloo was aan het einde van de 16e eeuw ambachtsheer
van Aarlanderveen. Het wapen bleef ook in gebruik nadat de
ambachtsheerlijkheid in andere handen kwam. Zo werd het
bijvoorbeeld afgebeeld op de marktschuit, die voer tussen de
markten van Aarlanderveen, Alphen en Oudshoorn. De ambachtsheer
R.J. van der Meulen en ambachtsvrouwe W. van der Meulen-van
Boetzelaer deden in 1815 een poging om de Hoge Raad van Adel zo ver
te krijgen het wapen van de familie Van Boetzelaer over te nemen
als gemeentewapen. Dit lukte niet.
Het oude wapen werd in 1819 als wapen van Aarlanderveen bevestigd.
Het bleef tot het opheffen van de gemeente in 1918 in gebruik.
Bronnen: