Eén van de weinige achttiende eeuwse Aarlanderveense woningen, is de voormalige boerderij Zuideinde 10. De woning is gebouwd in 1796 als boerderij en verloor die functie in 1965. In dat jaar werd de boerderij grondig verbouwd. Daarbij veranderde in hoofdzaak de binnenkant, terwijl de buitenkant grotendeels in stand bleef.
Al aan het begin van de zeventiende eeuw stond op de plaats van
de huidige woning een boerderij. Het kohier van verponding vermeldt
"bouwhuijs", eigendom van Pieter Claesz Rijnsburger. Rijnsburger
verkocht de woning in 1734 aan de koopman Marten Vorck. Marten
Vorck was betrokken bij de turfwinning in de latere Drooggemaakte
Polder aan de Westzijde van Aarlanderveen. Hij woonde in Amsterdam
en verhuurde de Aarlanderveense woning. Na het overlijden van Vorck
verkocht zijn weduwe de woning aan Dirk Kagenaar en Cornelis Dirksz
Neuteboom. De woning werd toen omschreven als een "bouwhuijs,
zomerhuijsje, erff, bargh en schuur" Op het erf stonden drie grote
turfschuren die niet van de verkoopster waren, maar van anderen die
daarvoor een jaarlijkse erfpacht van twee gulden betaalden. De
nieuwe eigenaren hebben niet lang plezier van de woning gehad.
Neuteboom overleed al in 1764 en Kagenaar in 1768. Hun erfgenamen
verkochten de woning in 1770 aan Dirk Groenendijk. Het is goed
mogelijk dat Dirk voor die tijd huurder van de woning was,
misschien al vanaf 1759, toen hij trouwde met Engeltje Jansdochter
d'Esse. Na de droogmaking van de polder, aan het einde van de
achttiende eeuw, zijn veel Aarlanderveense boerderijen verzakt door
de daling van het grondwaterpeil. Dit lot zal ook de woning van
Groenendijk hebben getroffen. In 1796 werd de woning dan ook
vervangen door een nieuwe boerderij die royaal van opzet was. Zo
bestond de boerderij uit een woonhuis, zomerhuis, stal voor vijf
paarden en 22 koeien, dorsvloer, bergen en schuur. De jaren daarna
vonden uitbreidingen plaats. In 1819 was er een karnmolen aanwezig
en in 1821 werd de boerderij omschreven als een 'kapitale
weldoortimmerde bouwmanswoning met stallen, schuren, dorsvloer en
bargen' bestaande uit een fraai woonhuis, zomerhuis, stal voor 12
paarden, twee zesroedenbergen en één vierroedenberg.
Inmiddels was de boerderij van eigenaar gewisseld. In 1803
verkochten de executeurs-testamentair van Engeltje 'd Esse, de
weduwe van Dirk Groenendijk, de woning voor 6.200 gulden aan Willem
Frets en Jan Woerde, ieder voor de helft. Jan Woerde verkocht zijn
aandeel in de woning drie jaar later voor 3.500 gulden aan Willem
Frets, die als eigenaar werd opgevolgd door Jakob Frets,
waarschijnlijk zijn zoon.
Jakob beëindigde zijn boerenbedrijf, want in april 1822 verkocht
hij bij publieke veiling zijn vee, gereedschappen en inboedel. De
woning liet hij nog het jaar daarvoor publiek verkopen. Nadat de
woning werd ingezet op 8.000 gulden door de Aarlanderveense notaris
Cornelis van der Lee, werd de verkoop echter door de verkoper
opgehouden. Toch is de woning kort daarop eigendom van Van der Lee
geworden. De kadastrale registratie van 1832 vermeldt als
toenmalige eigenaresse Lucretia Wilhelmina Everaars, de weduwe van
C. van der Lee. Na het overlijden van de weduwe Van der Lee, in
1855, werd de woning eigendom van haar dochter Geertruida. De
woning met de landerijen werd toen gewaardeerd op 18.411 gulden. Na
haar overlijden werd Joannes Abraham van der Lee eigenaar. De
familie Van der Lee verhuurde de woning met de daarbij behorende
ruim 38 bunder land. Als huurders zijn bekend H. van der Wal (in
1843), zijn weduwe (in 1855) en de familie Broekhuizen (vanaf het
einde van de negentiende tot het eerste kwart van de twintigste
eeuw). Nadat door vererving de woning binnen de familie Van der Lee
van eigenaar wisselde, werd de woning in 1949 verkocht aan Willem
M. de Regt, die de woning al huurde vanaf maart 1934. De Regt liet
het stalgedeelte van de woning in 1950 afbreken, waarmee de lengte
van de boerderij werd teruggebracht van ruim 33 tot 13 meter.
Elders op het terrein werd een nieuwe stal gebouwd. In 1965 vertrok
de familie De Regt naar Ten Boer en werd de woning eigendom van E.
Munnig Schmidt. De nieuwe eigenaar liet de boerderij grondig
verbouwen. Van de oorspronkelijke indeling van de woning bleef
nauwelijks iets bewaard. Ook in de indeling van de ramen in de
gevels veranderde er het een en ander. De voor de woning gelegen
ophaalbrug werd in de jaren zeventig van de twintigste eeuw
afgebroken en vervangen door een vaste brug.
Archief: