Fotocollectie SAMH inv.nr. 60234
Oorlogsgraven kerkhof Waddinxveen, v.l.n.r. Jan Sonneveld, Cornelis Both, Toon Pille en Lubbert Rozeboom.
Aula oude begraafplaats Waddinxveen met links de namen van de oorlogsslachtoffers (foto J.D. Geel)

Waddinxveners tijdens de Tweede Wereldoorlog

Inleiding

Midden op het 'Oude Dorp' van Waddinxveen, daar waar ooit de middeleeuwse dorpskerk stond, is nog steeds het oude kerkhof te vinden.  Het ligt er sinds mensenheugenis en verbindt de geslachten. Het kerkhof is vol en er wordt zelden begraven. Het poortgebouw is in onbruik geraakt. Vroeger vonden van hieruit de begrafenissen plaats. De aula, met het opschrift 'Memento mori' -gedenkt te sterven- bestaat uit een doorgang met links en rechts daarvan twee vertrekken. Het kleinste diende als opslagruimte. Het grootste vertrek was voor het opbaren bestemd.
Sinds mei 2006 is het gebouwtje de herdenkingsplaats voor de Waddinxveense oorlogsslachtoffers. In de doorgang is een plaquette aangebracht, waarop de 34 namen staan van hen, die in Tweede Wereldoorlog zijn omgekomen. Een korte levensbeschrijving van ieder van hen is te lezen in het vroegere opbaarlokaal.
De Tweede Wereldoorlog heeft in Waddinxveen geen grote geschiedenis nagelaten. Anderzijds is de oorlog  niet ongemerkt aan het dorp voorbij gegaan; ze kostte vrijheid en mensenlevens, zo werd de bevolking dubbel 'gemerkt'.
Dit zijn de feiten en dit zijn de namen van hen die vielen.

1940

De stemming onder de bewoners van Waddinxveen is er één van een zekere onverschilligheid door onkunde. Natuurlijk weet iedereen wat er in Duitsland op politiek gebied is gebeurd: de machtsovername van Adolf Hitler in 1933 en de Duitse expansiedrift in de jaren erna. Maar zolang dat allemaal ver weg plaatsvindt en de toestand hier niet verandert, voelt men zich niet betrokken bij het grote wereldgebeuren. De slechte communicatiemiddelen zijn oorzaak van de onwetendheid. Er zijn 'vermoedelijkheden' over wat er zich in Duitsland werkelijk afspeelt.

De Duitse inval op vrijdag 10 mei 1940 komt dan ook onverwachts. Als een dief in de nacht is de vijand binnengeslopen. De kleine samenleving hier, zo'n 7700 inwoners, is totaal verbijsterd. Al die ronkende vliegtuigen, die overkomen richting Den Haag en Rotterdam. Bij gevechtshandelingen met het Duitse leger komen plaatsgenoten om. Op 11 mei sneuvelen de dienstplichtige militairen Cor Both, Arie Oudijk en Adriaan van Vuuren. Bij Cornelis Both, gehuwd en vader van 2 dochters, is sprake geweest van persoonsverwisseling. Hij kwam om te Dordrecht en werd aanvankelijk daar begraven onder de naam Blok. Later is hij herbegraven in Waddinxveen. Arie Oudijk vond de dood in Delft bij het nemen van een barricade in een lijmfabriek. Ook hij heeft een graf op het oude kerkhof van Waddinxveen. Adriaan van Vuuren verloor het leven tijdens de verdediging van het vliegveld Valkenburg bij Leiden. Hij rust op het Militaire erekerkhof Valkenburg ZH. Bij een beschieting door Duitse Messerschmitts boven de Bloemendaalse polder -ook op 11 mei- wordt een Nederlands Fokker T-V bommenwerper neergehaald. Van de vijf inzittenden komen er twee om het leven: Lubbert Rozeboom uit Bedum en Jacobus Lambertus van den As uit Hilversum. Sergeantmarconist Rozeboom wordt te Waddinxveen begraven. Het tweemotorige Fokkertoestel zal pas op 11 maart 2000 geborgen worden.

Eveneens op 11 mei slaat een Duitse bom in nabij de Rijksbrug (de huidige Coenecoopbrug), waardoor 9 woningen onherstelbaar worden vernield, de kade langs de Gouwe inzakt en de eerste burgerslachtoffers vallen: het echtpaar Leendert en Cornelia Mulder-Luijt -ze lieten 2 dochters na-, alsmede Hendrika van de Kroef-Wittenberg, gehuwd en moeder van 3 kleine kinderen. Als redders haar dode lichaam vinden, ligt ze gebogen over de wieg van haar zoontje, de dochtertjes zitten nog naast haar. De gewonden worden naar de Sint-Josephschool gebracht, dat al bijtijds als noodhospitaal is ingericht; de ernstig gekwetsten gaan naar het Van Itersonziekenhuis in Gouda.

Op de derde oorlogsdag, 12 mei, komen evacuees uit de Tielerwaard, voornamelijk uit Beesd en Tiel het dorp binnen. 1841 personen moeten geregistreerd en ijlings bij particulieren worden ondergebracht, een taak voor de gemeenteambtenaren en leden van het Comité voor vrijwillige burgerdiensten. Waddinxveense autobezitters moeten zorgen voor vervoer. Enkele slachtoffers, die door een Duitse aanval nabij Vianen gewond zijn geraakt, worden eveneens in de Sint-Josephschool opgevangen. EHBO'ers melden zich om te posten: vrouwen overdag, mannen 's avonds en 's nachts.

Het is Eerste Pinksterdag. Al deze gebeurtenissen, zo onverwachts gekomen, zorgen voor grote onrust en verwarring: weg de zondagsrust, verdwenen de zekerheden. Er heerst angst en bezorgdheid om nabestaanden. De Woningbouwvereeniging 'Waddinxveen' constateert, dat in de eerste oorlogsweek vele bewoners hun huur niet wensen te betalen.

Als H.M. Koningin Wilhelmina op 13 mei naar Londen uitwijkt met de regering, spreken de mensen -ook in Waddinxveen- daar schande van: ze laat ons in de steek. Na enige tijd ontstaat er begrip voor de staatsrechtelijk beslissing; zo kan er worden doorgeregeerd. Ook hier luistert men later naar haar toespraken op 'Radio Oranje'.

Diepe indruk maakt het bombardement op Rotterdam, de 14e mei. De dikke rookwolken aan de zuidelijke hemel, de wind die snippers papier van brieven en rekeningen uit de brandende stad naar hier doet overwaaien; wie het heeft meegemaakt, verhaalt ervan in emotionele bewoording. Opnieuw kloppen vluchtelingen aan.

Dan volgt op 15 mei de capitulatie. De bezetting is begonnen. De Betuwse evacuees kunnen terugkeren naar huis. Burgemeester P.A. Troost gaat in de eerste gemeenteraadsvergadering na het uitbreken van de oorlog -op 16 mei- kort in op de schokkende  gebeurtenissen van de voorbije week en herdenkt zonder namen te noemen de Waddinxveense slachtoffers alsmede die uit Groningen (Rozeboom) en Hilversum (V.d. As). Vervolgens kondigt hij aan in verband met ziekte zijn taken tijdelijk te zullen overdragen aan wethouder J.G. Herfst.

Het vorderen van gebouwen door de vijand herinnert men zich eveneens goed. Veel woningen, vooral aan de Kerkweg, worden bezet: het burgemeestershuis, het notarishuis en het er tegenover gelegen huis op de hoek van de Oranjelaan. Het laatstgenoemde pand wordt Ortkommandantur; de feestzaal 'Het Centrum' in de Nesse wordt Bierhaus, het koffiehuis aan de Zuidkade Wehrmachtsheim. Ook is er nog een Heimatshaus op de hoek van de Jan Dorrekenskade en de Zuidkade. Men ziet daar ook wel plaatsgenoten binnengaan. Kinderen bij wie inkwartiering is geweest, herinneren zich, volwassen geworden, dat ze de Duitsers moesten wekken: 'Acht Uhr, Aufstehen!' en ook de herhaalde verontschuldiging van de bezetter: 'Wir sind gezwungen…' De scholen worden bezet. Er wordt les gegeven in de Brugkerk en in de Gereformeerde kerk aan de Kerkweg en in enkele fabrieken. In de Brugkerk zitten de klassen op de gaanderijen, wat veel leven veroorzaakt in de hoge ruimte. Samen zingen bij het orgel brengt de nodige rust. Straatnamen betrekking hebbend op het Oranjehuis worden vervangen door neutrale namen: Wilhelminakade wordt Gouwekade, Julianastraat Javastraat, Tromp en Piet Hein komen in de plaats van koningin Emma en prins Hendrik. 

De Rotterdamse tabakfabriek van Louis Dobbelmann, door het bombardement verwoest, wordt in Waddinxveen  voortgezet. Architect P.D. Stuurman realiseert de nieuwbouw aan de Noordkade. Hij gebruikt daarvoor roodbruine handvormstenen uit Pannerden, die aanvankelijk voor Engeland bestemd waren. Later zal de Duitse Wehrmacht het complex vorderen om er een afdeling van de NV Machinefabriek 'Holland Nautic' in te vestigen. Duitse burger-ingenieurs produceren er -zo wordt  althans vermoed- wapenonderdelen, die per paard en wagen naar het station worden gebracht. Het opzetten van een Waddinxveense verzetsgroep in de nazomer door 'De Geuzen' uit Vlaardingen loopt op een mislukking uit.

1941

De oprichting van de Arbeidsdienst, waardoor jonge mannen naar het oostfront moeten, roept het verzet wakker. Onderduikers (bijv. bij boeren en in 't Weegje) moeten geholpen worden aan adressen, bonkaarten, geld en verdere begeleiding.  Nu krijgt de LO, de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers, en de L.K.P. de Landelijke Knokploeg, ook hier aanhang, waardoor de vergeefse actie van 'De Geuzen' toch een vervolg krijgt. Er wordt samengewerkt met het verzet van Alphen aan den Rijn en Boskoop. Mensen als mevrouw H.Th. Kuipers-Rietberg -'tante Riek'- medeoprichtster van de LO, Johannes Post, toplid van de LKP, Jan van Bijnen, landelijke sabotagecommandant en Peter Zuid (schuilnaam voor kolonel J.J.F.Borghouts) sabotagecommandant in de zuidelijke provincies, zijn vooraanstaande figuren in de illegaliteit. Na de bevrijding krijgen zij de eer, dat ook in Waddinxveen straten naar hen genoemd worden; voor bijna allen gebeurt dat postuum, alleen Peter Zuid heeft de oorlog overleefd. Ook geestelijk verzet ontstaat, want het is nodig dat de bevolking weerbaar wordt gemaakt tegen de slinkse propaganda van de bezetter.  Zo circuleren, met name in socialistische kring, de boeken van de Zeister evangelist Johan Scheps. De ondergrondse pers geeft kranten uit: 'Het Parool' is dagelijks verkrijgbaar, later ook 'Trouw' en 'Vrij Nederland'.
Van de bezetter heeft men aanvankelijk niet zo veel last. Er treedt zelf een zekere gewenning op aan zijn aanwezigheid. De oorlog verloopt voor Duitsland op dat moment gunstig; de soldaten durven de teugel wel wat te laten vieren, bijvoorbeeld ten aanzien van de avondklok, die eerst op 24 uur en later op 20 uur wordt gesteld. De sloten langs Dorpstraat en Kerkweg en de Gouwe zijn door de spertijd gevaarlijke wateren. Verschillende mensen, Waddinxveners maar ook Duitsers, halen een nat pak of raken zelfs gewond. Bij de hefbrug verschijnen controleposten en langs de Henegouwerweg ter hoogte van de Rijksweg versperringen. Tegen de gereformeerde predikant ds. W.J. Smidt wordt een aanklacht ingediend; hij zou op 1 juni, pinksterzondag, openlijk vanaf de preekstoel de NSB'ers beledigd hebben door hen uit te schelden voor: 'de zwarte helden van de straat'. In een onderhoud met dr. R. van Genechten, Eerste Procureur-Generaal te Den Haag en berucht N.S.B.-er, moet de dominee zich verantwoorden; hem wordt te verstaan gegeven politiek buiten het kerkgebouw te houden, waarop de predikant repliceert, dat Gods Woord op alle terreinen van het leven zijn licht laat schijnen.

De gloednieuwe hal van Carrosseriefabriek Verheul nabij de Rijksweg wordt door de bezetter gevorderd en o.a. gebruikt om gevangenen van razzia's onder te brengen. Het personeel helpt waar mogelijk bij vluchtpogingen.
De heer H.B.M. Mumsen volgt op 1 augustus krachtens een benoeming door de Secretaris-generaal van het onder Duits gezag werkende Ministerie van Binnenlandse Zaken P.A. Troost op als burgemeester van Waddinxveen. De gemeenteraad is inmiddels ontbonden.  Wethouder J.G. Herfst treedt regelmatig op als locoburgemeester. 

Op 30 augustus wordt voor de Noorse kust de in Waddinxveen geboren Krijn van Os, vliegend met een Lockheed Hudson-bommenwerper, uit de lucht geschoten. Van Os is in dienst van de Royal Netherlands Naval Air Service in Schotland. Tijdens een aanval op een Duits Konvooi van 3 schepen vindt hij de dood. Hem rest een zeemansgraf.

Dramatische gevolgen heeft de inval van de SD in het huis van Dirk en Truus van Klaveren-van der Loo aan de Zijde in Boskoop op zondagavond 9 november. Het echtpaar behoort tot Jehova's Getuigen, een genootschap, dat de Duitsers als staatsgevaarlijk hebben verboden. Ondanks het feit, dat de leden zwaar vervolgd worden,  komen op de bewuste avond toch zo'n 30 personen bijeen. Zij zijn afkomstig uit Boskoop, Moerkapelle, Waddinxveen en Zevenhuizen. Allen worden gevangen genomen en afgevoerd naar het Oranje Hotel in Scheveningen. Er is verraad in het spel. Enkele leden verloochenen hun geloof en komen vrij. Wie trouw blijft aan de leer, wordt naar concentratiekampen getransporteerd. Onder hen drie leden van de familie van Klaveren, allen komen om: de Waddinxvener Jacob Willem van Klaveren -broer van Dirk, gehuwd en vader van 6 kinderen- sterft op 21 mei 1942 in het concentratiekamp Sachsenhausen. Dirk, inwoner van Boskoop, laat op 26 maart '42 in hetzelfde kamp het leven. Zijn vrouw Truus van Klaveren-van der Loo, een geboren Waddinxveense, komt op 5 april '42 om in het concentratiekamp Ravensbrück. Tijdens de overval zijn de drie jonge kinderen van het echtpaar ook in huis. Zij blijven alleen achter en hebben hun ouders nooit meer teruggezien. In het kamp worden Jehova's Getuigen gemerkt met een paarse driehoek.

1942

De jacht op joden neemt toe. Ook in ons dorp zijn joden verborgen, aan de Noordkade, bij een onderwijzer aan de Oranjelaan (Bos) en bij een dokter aan de Kerkweg (Wormgoor). In de meubelfabriek van Kempkes wordt zelfs een joodse jongeman te werkgesteld als houtbewerker. Zijn uiterlijk -blond haar, blauwe ogen- verraadt hem niet; wel zit er op zijn werkbank een waarschuwingsbel. Hij zal de oorlog overleven. Op 31 januari komt het bevel, dat in openbare gebouwen - cafés, bibliotheken, bad- en zweminrichtingen, voetbalterreinen- kartonnen kaarten met de tekst 'Voor Joden Verboden' moeten worden opgehangen; in opdracht van de bisschop van Haarlem wordt de kaart uit het R.K.Bonds gebouw (de huidige Koninkrijkszaal van de Jehova's Getuigen) aan de Burgemeester Trooststraat verwijderd. Joden zijn verplicht een gele ster op hun kleding te dragen. Nauwelijks bekend is de deportatie van joodse families, die een onderkomen hebben gevonden aan de Bodegraafschestraatweg (de huidige Zoutmanstraat), tot 1964 behorend bij Waddinxveen. Zij zijn afkomstig uit Rotterdam en wonen in pensions, stateloos en onbeschermd. Op last van de SD worden zij opgepakt en via Westerbork naar concentratiekampen vervoerd. Op 31 augustus komen in Auschwitz om Fanny Michaelis-Mozes en haar twaalf jaar oude zoon Albert. Op 9 september treft Erna Schmul hetzelfde lot, eveneens in Auschwitz. Aron Speier Holstein sterft op 27 oktober in Westerbork.  In Sobibor worden op 13 maart 1943 Irma Speier Holstein-Simon en haar vijf jarig zoontje Alfred Leo omgebracht, op 7 mei Louise Sara Michaelis-Schmul en op 21 mei het echtpaar Max en Lene Ginsberg-de Levie. Een joods echtpaar, dat aan de Noordkade ondergedoken was, wordt op de vlucht naar Boskoop door een agent van de plaatselijke politie ingerekend en overgedragen aan de gezagsgetrouwe autoriteiten. Mogelijk leven hier en daar onder de Waddinxveense bevolking nog de pro-Duitse en antisemitische opvattingen -joden, 'christus-moordenaars', behoren in de Goddelijke scheppingsorde tot een inferieur ras- van de Nederlands-hervormde predikant en politicus dr. Hugo Visscher, verwoord in zijn voor de oorlog veelgelezen blad 'Gereformeerd Weekblad'. De kerkenraad van de plaatselijke Hervormde kerk in de persoon van ds. L. Vroegindeweij heeft van deze kwalijke leer bijtijds en openlijk afstand genomen.

Op Eerste Paasdag -28 maart- verongelukt Jan Molenaar. Deze Waddinxvener van geboorte is geheim agent in het Englandspiel, dat raadselachtige hoofdstuk in de oorlogsgeschiedenis, waarbij onder andere Nederlandse spionnen in handen van de vijand vallen. Huub Lauwers is de eerste die gepakt wordt. Hij wordt gedwongen een vals bericht naar Londen te seinen met de boodschap dat alles goed is. Een geheime code waarin hij meldt, dat hij gevangen genomen is, wordt niet begrepen. De RAF blijft spionnen droppen; 36 van hen komen terecht in het vijandelijke kamp. Jan Molenaar, korporaal-marconist in dienst van de Koninklijke Marechaussee en sabotageagent -schuilnaam 'Martin'- komt tijdens een dropping bij Hellendoorn ongelukkig te val en sterft. Ten aanzien van het Englandspiel groeit later het vermoeden, dat Engeland de code van Lauwers wel degelijk heeft begrepen en met de spionnendroppings de Duitsers heeft willen afleiden van de voorbereidingen van de invasie in Normandië, 6 juni 1944.

Waddinxveen krijgt een eigen afdeling van de LO  -de Landelijke Organisatie voor hulp aan Onderduikers- ; de leden, onder wie Wim Klein (onderduiknaam Albertus Zaal), Ary den Boon, Jo Visser, Annie Dijkman, Hans Duynstee, Dick Magré en wachtmeester Stoop, hebben de handen vol aan het huisvesten van onderduikers, het verkrijgen van kleding en (valse) papieren, zoals stamkaarten, persoonsbewijzen, levensmiddelenkaarten,  rantsoenbonnen en het verspreiden van illegale lectuur, zoals 'Vrij Nederland', 'Trouw', 'Je Maintiendrai' en de regionale blaadjes 'De Marskramer' en 'De Vrije Pers'. Het  vorderen van fietsen en radio's wekt alom hilariteit: de fietsen worden verstopt en de radio's weggebracht naar de Sint-Josephschool en op een later moment weer teruggehaald. De autobusdienst Boskoop-Rotterdam v.v. van de gebroeders Buitelaar wordt op 15 mei verboden.

Over het oorlogsjaar '42 gaat een versje van meester J.J.C. Mastenbroek van school B, de huidige Theo Thijssenschool. Het betreft de verhuizing van school B naar de Sint-Josephschool, waar de kinderen van de ene school 's morgens en die van de andere school 's middags in een wisselprogramma les krijgen:

'In '42 toen 't volop zomer was, kwam onverwachts een droef besluit:
De school ontruimen en zo trok klas na klas hun dierb're woning uit.
Aan de Kanaalweg, daar vonden we onderdak.
Maar ´t verre lopen was een kruis.
En vurig hoopten wij: Eens op een blijde dag zijn wij weer thuis, thuis, thuis!
Hiep, hiep, hoera, hiep, hiep, hoera;

Zijn wij weer in ons eigen huis.
Hoera!!!'

Onderwijzer Mastenbroek is ook de dichter van het zogenaamde ´Waddinxveense Volkslied´:
´Jongens, weet je nog ven Bestevear Michiel, de twee Trompen en Piet Hein?´
Het is eigenlijk een verzetslied voor de jeugd, want de meester liet de vaderlandse tekst in bezettingstijd zelfs bij open ramen zingen:
´Holland, Holland, Wij blijven trouw aan die mannen van de daad!
Holland, Holland, Wij staan als zij voor U paraat!!´

En de meester laat zijn leerlingen declameren:
'Al scheurt de haat der mensen band,
al knelt de tweedracht, hand in hand,
met leugen en bedrog
de samenleving nog,
eens zal de LIEFDE triomferen.
De LIEFDE zal U dan regeren,
Want  HAAT, LEUGEN en BEDROG
Verschroeien door de LIEFDE toch!'

Op 30 november '42 overlijdt in Nederlands-Indië Teun Burger. Het treurige bericht bereikt de familie pas in 1946. Burger was in 1937 naar de Oost vertrokken en diende als sergeant Genie bij het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger. Tijdens de Japanse overheersing sterft hij als gevolg van de ontberingen, geleden bij de aanleg van de Birmaspoorlijn.

1943

Het bevel dat alle mannen tussen de 18 en 35 jaar zich moeten melden voor de Arbeidsinzet grijpt diep in. Het betekent afreizen naar Duitsland om daar dwangarbeid te verrichten. Velen gaan, er is ook nauwelijks aan te ontkomen. Fabrieksdirecteuren worden door de Duitsers gedwongen mee te werken. Zij moeten een deel van het personeel voor dit doel afstaan en de arbeiders die niet gehoorzamen, worden ontslagen. Men maakt ervan wat ervan te maken is. Veel Waddinxveense mannen kunnen bij elkaar blijven, zo zijn ze elkaar tot steun. Tekenend zijn de verhalen over Swinemünde in het oosten van Duitsland, waar de saamhorigheid aanleiding is te spreken van het ´Waddinxveense dorp´. De opvatting gehoorzaamheid verschuldigd te zijn aan de overheid, zoals  toen in protestantse kring beleden werd op grond van de uitleg van Paulus' brief aan de Romeinen hoofdstuk 13, zal zeker een rol hebben gespeeld bij het aanvaarden van de zware opdracht, maar de vrees zonder geld op straat te belanden, is een even grote drijfveer geweest. Wie in de gelegenheid is onder te duiken, doet dat, onder andere bij boeren in de buurt. Men is dan afhankelijk van de LO-groepen.
Door Engelse bombardementen op Duitse doelen komen 2 Waddinxveense dwangarbeiders om het leven: op 30 juli Cor Versluis -van de Kerkweg-, werkzaam bij de Gerhard Fiesler vliegtuigenfabriek te Kassel. En op 16 december Adrie Versluis -van de Bloemendaalseweg-, arbeider bij de auto- en motorenfabriek van Mercedes-Benz te Berlijn-Chartlottenburg.
De Waddinxveense huisartsen hebben hun best gedaan opgeroepenen af te keuren voor de Arbeidsinzet. 
De plaatselijke politie -4 man gemeentelijke politie en een rijksveldwachter- heeft de moeilijke taak allen te vriend te houden. 

Met afschuw beziet men de afbraak van een aantal panden aan de Zuidkade en de Gouwekade (= Wilhelminakade); de bezetter wil zo een schootsveld op de Rijksweg krijgen. 29 woonhuizen, winkels en een paar fabrieken worden met de grond gelijk gemaakt tot verdriet van de 74 betrokkenen, die moeten worden ondergebracht , meest bij weduwen en alleenstaande vrouwen. Ook aan de Bodegraafschestraatweg en aan de Onderweg worden woningen gesloopt. Bunkers en tankgrachten liggen rondom het dorp: de bunkers aan de oostzijde van de Gouwebrug in Rijksweg 12 (nu A12) en de Henegouwerweg, de tankgrachten ten zuiden van het dorp tussen de Onderweg, de Plasweg en de kruising Sniepweg met de Tweede Bloksweg. De bruggen over de Gouwe worden permanent bewaakt.

Als melkhandelaar Kool aan de Sniepweg weigert zijn vrachtwagen aan de bezetter af te staan en de dreiging dat zijn huis uit represaille zal worden opgeblazen, te elfder ure verdwijnt, geeft hij zijn woning het opschrift ´Wonderlijk gespaard´.

Een lage daad van de bezetter is het roven van de Waddinxveense kerkklokken ter wille van de wapenindustrie. Na de oorlog komen er nieuwe klokken met toepasselijke opschriften. Op de klok van de Brugkerk staat:
1943 weggehaald door ´s vijands macht,
1949 vernieuwd weer aangebracht.
Op de klok van de Kruiskerk -aan de Passage- staat:
1943 De vijand kwam, de vijand nam de klok uit deze toren.
1949 God sloeg met kracht des vijands macht, Zijn lof doe ik nu horen'.

Duitse troepen vorderen de Sint-Josephschool.

1944

In februari betoont dokter P. van der Linde zich een ware arts te zijn. Als hij een door de SD mishandelde Boskoopse boer, -de man had een Einmannslöcher (schuttersputje) op zijn erf verwaarloosd-, medische bijstand verleent en helpt onderduiken, wordt hij gearresteerd en naar Rotterdam gebracht. Daar moet de dokter op straffe van een half jaar detentie verklaren, dat hij het algemeen belang hoger acht dan het belang van één enkele patiënt. Van der Linde weigert. Dan vraagt hij de SD'er of deze zijn eed op de Führer ooit zal breken. 'Nein, nie', is het antwoord. 'Zo breek ik de door mij afgelegde artseneed van Hippocrates niet'. Dokter van der Linde wordt vrijgelaten.

Na D-day, de invasie van de geallieerde legers in Normandië op 6 juni en de Dolle Dinsdag op 5 september als de bevrijding in zicht lijkt, vinden er in Waddinxveen twee gebeurtenissen plaats, die zo veel indruk op de bevolking hebben gemaakt, dat ze in de overlevering behoren tot de Waddinxveense oorlogsverhalen bij uitstek: de moord op verzetsman Toon Pille op 30 september en de redding van Rotterdamse mannen na de razzia van 10 november.

De arrestatie van Pille op 29 september, bij een zadelmaker aan de Kerkweg door de Nederlandse SD'er Han Balvert, 'de Schrik van Gouda', veroorzaakt grote onrust bij de verzetsgroep. Toon kent immers alle namen van de regionale ondergrondse. Hij wordt meegenomen naar Gouda en daar aan de Ridder van Catsweg door de Sicherheitsdienst verhoord. De volgende dag vinden werklieden om 7 uur in de morgen aan de Nieuwe Verbindingsweg tussen Gouda en Waddinxveen -thans de Burgemeester Jamessingel- ter hoogte van het Goudse station zijn ontzielde lichaam. De angst is groot: zal Toon namen hebben genoemd? Als in de tijd, die volgt niemand gezocht blijkt te worden, komen de mannen en vrouwen van het verzet tot de conclusie, dat Toon Pille heeft gezwegen. Een houten kruis ter hoogte van het parkeerterrein bij het station in Gouda markeert de plek van de moord. Het kruis zal verplaatst worden naar de Ridder van Catsweg. Op het oude kerkhof is zijn graf te vinden. Aangenomen werd, dat Toon Pille in de vroege morgen van de 30ste september is doodgeschoten, maar recent onderzoek heeft aangetoond, dat hij al in de late avond van de 29e door 9 kogels is gedood. Ook is lang vermoed, dat Han Balvert de trekker heeft overgehaald, maar onlangs is komen vast te staan, dat SD-Stellenleiter Heinrich Rennen de moord gepleegd heeft. Wel is van 'de Balvert' bekend, dat hij eigenmachtig meerdere Waddinxveners heeft gearresteerd. Zij worden ondergebracht in de tabaksfabriek van Dobbelmann aan de Noordkade, die door de Wehrmacht is bezet. Zelfs laat hij op een boerderij aan de Zuidelijke Dwarsweg beslag leggen. Door bijtijds ingrijpen van de SD Rotterdam is erger voorkomen.     

Op 10 november '44 vindt in Rotterdam een razzia plaats, waarbij 50.000 mannen van 17 tot 40 jaar worden weggevoerd om voor de bezetter te werken. De meesten moeten spitten in Duitsland, omdat de Duitse mannen vechten aan de fronten. Op verschillende manieren worden de gevangenen vervoerd: per schip, per trein. Er gaat ook een colonne te voet richting Utrecht. Deze groep trekt in de avond door Waddinxveen langs de Zuidkade, de Kerkweg en de Oranjelaan naar het bezette fabriekscomplex van Louis Dobbelmann aan de Noordkade.  Onderweg ziet een groot aantal mannen kans te ontvluchten, geholpen door de mensen die langs de route wonen. Zij glippen tuinpoorten en voordeuren binnen. Eén jongeman staat tot de volgende morgen in een brandtrap van een maalderij tegenover  Dobbelmann. Op 11 november worden er volgens de overlevering wel 700 geredden geteld; bij kritischer beschouwing achten sommigen het getal wel erg groot. Toch is er een verklaring voor de mogelijke overdrijving te geven: de bevrijding laat  op zich wachten, men heeft dus sterke behoefte aan een positief bericht, liefst van dichtbij huis. Rotterdammers hebben na de oorlog hun dankbaarheid getoond door aan de Waddinxveners een tegeltableau  aan te bieden dat een ereplaats in het gemeentehuis heeft gekregen: de wapens van Rotterdam en Waddinxveen worden verbonden door ketenen en de Nederlandse vlag, daaronder staat de tekst: 'Poort geopend, mond gesloten' en erboven de datum: '11 november 1944'. Bij de ontsnappingen spelen o.a. huisarts P. van der Linde en veldwachter J. Roobol een gewaardeerde rol, maar zeker ook de Waddinxveense beurtschippers, die de geredden over de Gouwe zetten.

Herhaaldelijk zijn de spoorlijnen in en rond Waddinxveen doelwit van geallieerde bombardementen. Transporten met materiaal voor V1's en V2's, de vliegende bommen, die Duitsland op Engeland afvuurt, moeten gestopt worden. Ook de spoorlijn Gouda-Alphen aan den Rijn wordt op verschillende plaatsen gebombardeerd. Het is de bedoeling het goederenvervoer te saboteren. Huizen aan de westelijke zijde van de Kerkweg worden zwaar beschadigd, ook aan de Zuidelijke Dwarsweg worden woningen getroffen. Op 5 september -Dolle Dinsdag- komt nabij 't Weegje een personentrein onder vuur te liggen. De passagiers zoeken in paniek dekking naast de spoordijk. Ze worden geholpen door de daar wonende seinwachter Cornelis Koster. Tijdens die actie wordt hij dodelijk getroffen, echtgenote en 4 kinderen nalatend.

Bij een Engelse luchtaanval op een vermeend Duits wapentransport langs de Brugweg -in werkelijkheid worden er dakplaten voor een varkensschuur vervoerd-  komt op 14 september de 15 jarige kleuterhelpster Agatha Holmer om. Groot is de ontsteltenis, ook bij de leerlingen van haar school. Agaath wordt in Waddinxveen begraven. De melkrijder Arie Verkaik loopt bij dit bombardement ernstige verwondingen op; hij sterft 3 dagen later, op 17 september.

Over de rol van de plaatselijke overheid en de politie wordt verschillend geoordeeld. In ieder geval moet in september de zittende burgemeester H.B.N. Mumsen 'onderduiken'. Hij wordt vervangen door de SS-er Ch.J.W.H. Stakenborg, een winkelier afkomstig uit Cuijk. Men beschrijft hem als een allemansvriend, die af en toe de Waddinxveners wat toestaat. Wethouder J.G. Herfst -70 jaar oud- wordt uit zijn ambt gezet. De bezetter treedt steeds agressiever op, bijvoorbeeld tegen ongehoorzaam gedrag. Een groenteboer die met zijn kar niet snel genoeg vrij baan maakt voor de auto van de Ortkommandant krijgt geduchte klappen met de kolf van een geweer. De onderdrukker veroorzaakt machteloze woede en spanningen in de gezinnen.

In Duitsland overlijden opnieuw Waddinxveense dwangarbeiders ten gevolge van Engelse bombardementen: de 19 jarige Bas van Vliet te Sindelfingen op 10 september en de vrienden Bou van Leeuwen en Cor Oudijk te Fulda op 27 december. Zij verdrinken bij het dekking zoeken in een rioolbuis tijdens de beschieting van het stationsgebouw.

1945

Door de hongerwinter wordt ook in Waddinxveen de situatie nijpender. Er komen gaarkeukens -waar 'kousewatersoep' wordt uitgedeeld-, zoals bij de gasfabriek aan de Henegouwerweg, in de spijsfabriek van C.P.Broer aan de Kerkweg en in de Sint-Josephschool. Ook zorgt men voor rantsoenen en bijvoeding voor de schoolkinderen. Stedelingen die op hongertocht langs trekken, 1800 'doortrekkers' uit Rotterdam en Den Haag, vinden onderdak in het R.K. Bondsgebouw aan de Burgemeester Trooststraat. Bij een slagerij aan de Onderweg is een veldkeuken ingericht voor de Duitse soldaten. Alles wat branden kan, wordt verstookt in noodkacheltjes; er staan hier nauwelijks nog bomen. De scholen moeten gesloten worden, aangezien lesgeven niet meer mogelijk is. Helaas zijn er ook hier gevallen van zwarte handel bekend; enkele boeren hebben zich onrechtmatig verrijkt. Eenmaal is er boven de Puttepolder een voedseldropping. Vanuit het gemeentehuis vindt de distributie plaats.

Weer zijn er dwangarbeiders te betreuren. In Swinemünde sterft op 2 februari Izaäk Tromp -gehuwd, vader van 2 dochters- aan een infectieziekte. Tijdens het zware Engelse bombardement van 12 maart op Swinemünde en het nabijgelegen Ostswine -23000 doden- komt Piet Honkoop om. De schuilkelder waarin hij verstopt zit, stort in. Klaas de Rooy is eveneens slachtoffer van een Engels bombardement. Hij sterft op 19 mart in Darmstadt liggend in een loopgraaf. Tragisch is ook de dood van Jaap Oudshoorn. Als de Amerikanen op 23 maart zijn onderduikadres te Rohrbach naderen, wordt hij dodelijk getroffen door een granaatscherf. Leen Heeren sterft op 23 april te Spandaw.

De meidagen worden in Waddinxveen ervaren als overal elders, het is een periode van grote spanning en grote opluchting en vreugde. Op vrijdag 4 mei komt in de avond het bericht dat het Duitse leger zich onvoorwaardelijk heeft overgegeven. Hier wordt min of meer spontaan een BS gevormd in het gebouw van Van den Berg-Molenbouw aan de Henegouwerweg. De BS -Binnenlandse Strijdkrachten- van Waddinxveen bestaat uit een groep jonge mannen, waarvan een deel in het verzet heeft gezeten; onder hen Jaap van Rijswijk -Illegale Jaap- , Jan Dijkman, Cor Broer, Hannes Bron, Gerrit van de Krans, Jan Zuidema, Jaap Wagensveld, Tom Glasbeek, Nees Berghoef, Joop de Bruin, Harry en Wim Poot. Ze dragen blauwe overalls compleet met blauw-oranje-blauwe armband. Oud-verzetsmensen zijn al spoedig actief in de Stichting 'Nederlands Volksherstel' (uit 1927) en de 'Stichting '40-'45' (opgericht  13-10-1944). De in het dorp gelegerde Duitsers worden in hun commandopost 'Beukenhof' door de ondergrondse ontwapend. Op 5 mei tekent in hotel 'De Wereld' te Wageningen generaal Blaskowitz de Duitse capitulatie, die op 4 mei voor West-Europa is overeengekomen en op 9 mei van kracht wordt. Op 6 mei zijn er dankdiensten in alle kerken. In de Sint Victorkerk wordt gepreekt over psalm 123:7 'Laqueus contritus est et nos liberati sumus'- 'De boeien zijn gebroken; wij zijn vrij'. En op 8 mei trekken de bevrijders ook Waddinxveen binnen. Het zijn Canadezen van het 22ste  Koninklijke Regiment.
Verhalen van vrolijke rondedansen door Kerkweg en Kerkstraat, Oranjelaan en Nesse worden nog altijd met enthousiasme verteld. Er is een bakker aan de Dorpstraat die in een vreugdevuur z'n broodmolen verbrandt en om uit Duitsland terugkerende mannen te verwelkomen wordt een gelegenheidskoor samengesteld, dat zal uitgroeien tot de Hervormde Gemengde Zangvereniging 'Vox Jubilans''. Een bijltjesdag heeft hier niet plaatsgevonden. Wel worden NSB'ers en Duitsgezinden in optocht naar de hoek Kerkweg/Oranjelaan gevoerd, waar de moffenmeiden worden kaalgeschoren. Ook zijn hun huizen wel doelwit geweest van vernielingen. En er zijn verdachtmakingen van mensen die met de Duitsers zouden hebben gesympathiseerd. De indruk bestaat dat oude vetes en ruzies, die met de oorlog niets te maken hadden, voeding gaven aan een dergelijke stemming. Natuurlijk zijn er ook Waddinxveners officieel op hun daden beoordeeld; of iedereen na onderzoek  zonder meer is gerehabiliteerd, wordt betwijfeld.

Reeds op 5 mei 1945 keert burgemeester H.B.N. Mumsen, herbenoemd door de Kroon, terug naar Waddinxveen; wel wordt een onderzoek ingesteld naar zijn gedragingen tijdens de oorlogsjaren, gedurende die periode wordt hij vervangen door A.P.F.A.J. Alberda, oud-burgemeester van Vriezenveen; tot 1 juni 1947 blijft de heer Mumsen burgemeester van Waddinxveen.
Op 30 en 31 augustus vindt er een groot bevrijdingsfeest plaats, georganiseerd door de Oranjevereeniging 'Dorp' en het Centraal Oranje Comité bij de brug. Men organiseert, behalve ringrijden in de Dorpstraat, een muziekprogramma en vuurwerk, een kranslegging bij de oorlogsgraven en een allegorische optocht bestaande uit 134 praalwagens met scènes uit de oorlog:
-'Blitzkrieg der Duitsers 1940'
-'Gedenk hen die vielen  -  meidagen 1940'
-'Koper inleveren 1941'
-'Concentratiekamp 1942'
-'Op zoek naar onderduikers 1943'
-'Vrede in aantocht 1944'
-'Het Koninklijk Huis 1945'
-'Vrede'.

De Tweede Wereldoorlog is voorbij. Het leven neemt langzaam maar zeker z'n gewone gang.
De dwangarbeiders komen terug uit Duitsland, sommigen na een reis vol hindernissen. Na de bevrijding -op 26 juni- overlijdt in het Rode Kruis noodhospitaal te Maastricht Jan Sonneveld. De ontberingen, geleden tijdens de te werkstelling in de Kasselse pantserfabriek van Henchel en Sohn -hij loopt t.b.c. op-, zijn hem tenslotte noodlottig. Op het kerkhof van Waddinxveen is zijn lichaam begraven. Ook de militairen, die in Nederlands-Indië hebben gevochten -op 15 augustus eindigde daar de Tweede Wereldoorlog-, kunnen uit gevangenschap huiswaarts keren; de Waddinxvener Willem Loef wordt op 3 mei 1946 feestelijk ingehaald.
 
Een bord van de Nederlandse Oorlogsgravenstichting aan het hek van de begraafplaats aan de Kerkweg verwijst naar de laatste rustplaats van Cornelis Both, Jan Sonneveld, Toon Pille, Lubbert Rozeboom. Ook Arie Oudijk en Agatha Holmer zijn aldaar begraven. Op 4 mei 1947 wordt op het Stationsplein een monument onthuld: 'de Poort der  Bevrijding' van de architect Herman Sutterland, sindsdien de plek van de jaarlijkse dodenherdenking. De zuil wil de herinnering bewaren aan vijf verschrikkelijke jaren 1940 - 1945 en een teken zijn van waakzaamheid.  Het monument is opgericht uit eerbied en dankbaarheid:

VOOR HEN DIE VIELEN - VAN HEN DIE BLEVEN.

Auteur: Hans Geel

De verantwoording en uitgebreide lijst bronnen vindt u hier.

Bronnen:

 

 

 



Reactie plaatsen




bijlage of video toevoegen





Houd mij op de hoogte van reacties op mijn inzending

Ik ga akkoord met de voorwaarden

* Verplicht invullen

Zoeken

Waddinxveners tijdens WO II


Molen 't SlotHuis Beerendrecht KortsteekterpolderJeruzalemkapel GoudaKorenmolen De Eendracht