Aanwijzingen voor de kopij
De regels voor de kopij volgen over het algemeen P. de Buck.
Zoeken en schrijven. Handleiding bij het maken van een
historisch werkstuk (Haarlem 1982). Hiervan is een exemplaar
aanwezig in de open opstelling van de bibliotheek van het
streekarchief.
- de kopij kan als papieren versie (getypt of uitgeprint) of
digitaal aangeleverd worden
- een digitale versie dient als Word-bestand op CD-rom te worden
aangeleverd
- een papieren versie dient op A4 formaat eenzijdig te worden
getypt of geprint, met een linker-, boven-, en ondermarge van
tenminste 3 cm
- een papieren versie dient in drievoud te worden ingeleverd
- de ingezonden kopij dient als absoluut definitieve tekst.
Wijziging van de tekst kan de auteurs in rekening worden
gebracht
Enkele specifieke aanwijzingen staan hieronder.
Titels van de bijdragen
Hoofdtitel groot en vet; ondertitel daaronder klein en vet. Geen
regel wit tussen hoofd- en ondertitel.
Er wordt in de kopij van de Walvisprijs geen
auteursnaam vermeld.
Tekst
Na de titel 2 regels wit en dan de tekst (eventueel een tussenkopje
in vet; dan een extra regel wit tussen tussenkopje en tekst).
Tussen de verschillende tekstonderdelen met tussenkopjes: de
tussenkopjes steeds met een extra regel wit erboven en eronder. De
tussenkopjes worden niet genummerd.
Samenvattend, zie het schema hiernaast.
Vaak voorkomende afkortingen:
- Bijvoorbeeld = bijv. (of: b.v.)
- Bladzijde = p. ; meervoud: pp.
- Deel (band, tome, volume) = vol. meervoud: vols. N.b. een
"pars" daarvan = pt. (bijv. vol.iii, pt.2)
- e.v. ("en volgende") = als het één bladzijde betreft: f. Als
het meer bladzijden betreft: ff. (bijv. pp.12 f. = bladzijden 12 en
13; pp.12 ff. = bladzijden 12, 13, 14 etc.)
- Figuur (afbeelding) = fig.; meervoud: figs.
- Folium = fol.; meervoud: fols.
- Inventarisnummer = inv.nr.; meervoud: inv.nrs.
- Kolom = col.; meervoud: cols.
- Handschrift (of manuscript) = hs. (of: ms.); meervoud: hss.
(of: mss.)
- Noot = n. (bijv. p.12, n.3 = bladzijde 12, noot 3)
- Nummer = nr.; meervoud: nrs.
- Plaat = pl.; meervoud: pln.
- Recto = r.
- Verso = v.
Dateringen:
Altijd in de volgorde dag, maand, jaar. Bijv. 1
januari 1993; niet januari 1, 1993, ook niet 1993, januari 1.
Cijfers en getallen:
Gebruik voor Romeinse cijfers onderkast (kleine letters);
bijv. p.viii (niet p.VIII), pp.ix-xii (niet
pp.IX-Xll).
Gebruik voor verwijzingen naar een deel (band, tome, volume)
arabische cijfers, óf onderkast Romeinse cijfers; bijv.
vol.2 (of: vol.ii), niet vol.II.
Gebruik voor verwijzing naar een deel (jaargang) van een
tijdschriftenserie altijd het Arabische cijfer; bijv. De
Schatkamer 2 (1988), pp.16-20, niet De
Schatkamer ii (1988), pp.16-20.
Aanhalingstekens
Aanhalingstekens worden doorgaans gebruikt om citaten aan te geven,
of om bepaalde woorden of uitdrukkingen een uitgezonderde functie
(een bepaalde benoemfunctie of een bepaalde bijzondere lading) mee
te geven.
- Citaten
- Citaten worden tussen enkele aanhalingstekens geplaatst.
Bijv.: Ik vond in het boek de volgende passage: 'dit is het
bedoelde citaat.' Het gemarkeerde stuk is het citaat.
- Citaten binnen citaten worden tussen dubbele aanhalingstekens
geplaatst.
Bijv.: Ik vond in het boek de volgende passage: 'dit is het
bedoelde citaat: "het gaat mij erom dit duidelijk te
maken", einde citaat.'
Het citaat staat tussen enkele aanhalingstekens, maar het
gemarkeerde gedeelte is het citaat binnen het citaat en staat
tussen dubbele aanhalingstekens.
- Weglatingen binnen citaten worden aangegeven d.m.v. drie
puntjes tussen teksthaken (= vierkante haken): 'hier is iets [...]
weggelaten'. Toevoegingen binnen citaten die niet tot het citaat
behoren, worden tussen teksthaken geplaatst: 'dit is
belangrijk [mijn cursief] om op te
merken.'
Het gemarkeerde gedeelte is toegevoegd.
- Uitgezonderde functie
Om woorden een bepaalde uitgezonderde functie (een benoemfunctie of
een bepaalde bijzondere (vaak ironische) lading) te geven worden
enkele aanhalingstekens gebruikt.
Voorbeelden:
- De tweewielige koets, waarbij de koetsier achterop staat, wordt
'brougham' genoemd.
- 'Baron' De Roy van Zuidewijn spant een proces aan.
Zie voor het gebruik van aanhalingstekens in titels van
artikelen hieronder in de rubriek Titelbeschrijvingen.
Voetnoten
Er wordt uitsluitend gebruik gemaakt van voetnoten. In de tekst
wordt naar de noten verwezen door superscripte cijfers,
direct na de zin waar de noot bij hoort (de nootcijfers komen na
het leesteken).
Titelbeschrijvingen
Bij titelbeschrijvingen van aangehaalde literatuur in voetnoten of
in een aparte bibliografie de volgende regels zoveel mogelijk in
acht nemen.
- Boeken:
Algemene regel: Auteur(s), Hoofdtitel; ondertitel. Plaats
en jaar van uitgave (eventueel de druk superscript boven
het jaar van uitgave).
Voorbeelden:
J. Huizinga, Herfsttij der middeleeuwen; studie over levens- en
gedachtenvormen der veertiende en vijftiende eeuw in Frankrijk en
de Nederlanden. Groningen 197513.
J. Huizinga, Verzamelde werken, dl. 2. Haarlem 1949.
W.A. Zuijderhoudt-Hulst, Geschiedenis van de Goudse librije
gedurende het verblijf in de St.-Janskerk. Gouda 1986.
- Artikelen:
Algemene regel: Auteur(s), 'Titel van het artikel', in: Titel
van het tijdschrift jaargangnummer (jaar van uitgave),
pagina's.
Dus: de titel van het artikel tussen enkele aanhalingstekens (staan
er binnen de titel al aanhalingstekens, dan worden die dubbele
aanhalingstekens), dan de titel van het tijdschrift in cursief,
vervolgens het jaargangnummer, dan het jaar van uitgave
tussenhaakjes en ten slotte de paginanummers.
Voorbeelden:
J.J. de Jong, 'Met goed fatsoen...', in: De Schatkamer 1,
(1986-87), p. 7-15.
L.J. Mees, '"Brugmans regel": the rediscovery of an early printed
edition', in: Quaerendo 2 (1972), p. 227-233.
- Bijdragen in bundels:
Algemene regel: Auteur(s), 'Titel van de bijdrage', in:
Samensteller(s) (ed(s)), Titel van de bundel. Plaats en
jaar van uitgave, pagina's.
Zie voor de behandeling van de aanhalingstekens bij de titel
hierboven bij de rubriek 'artikelen'.
Voorbeeld:
A.I. Doyle en M.B. Parkes, 'The production of copies of the
"Canterbury Tales" and "Confessio Amantis" in the early fifteenth
century', in: M.B. Parkes en A.G. Watson (eds.), Medieval
Scribes, Manuscripts & Libraries; essays presented to N.R.
Ker. Londen 1978, p. 163-210.
- Ongepubliceerde stukken: archiefstukken en
handschriften:
Algemene regel: Plaats, instelling, archiefbestand of collectie,
inventarisnummer of signatuur.
Voorbeelden:
Gouda, SAMH, OAG, inv.nr. 1361 (OAG = Oud-archief Gouda)
Gouda, SAMH, OASch, inv.nr. 655 (OASch = Oud-archief
Schoonhoven
Gouda, SAMH, KLA, inv.nr. 406 (KLA = kloosterarchieven)
's-Gravenhage, NA, AGH, inv.nr. 1248 (NA = Nationaal archief; AGH =
Archief Graven van Holland)
Leiden, UB, Ltk. 260. (UB = Universiteitsbibliotheek; Ltk. is de
collectie)
Literatuurlijst
De lijst van geraadpleegde bronnen en literatuur komt nà de
bijdrage en begint op een nieuwe pagina.