'Vente Diervoeding is een modern bedrijf dat al 150 jaar diverse uitgebalanceerde voeders samenstelt.' Zo start de webstek van wellicht het oudste nog bestaande Nieuwerkerkse bedrijf. De genealogie Vente liet eerder een herkomst uit Moordrecht en Zevenhuizen zien voor Nieuwerkerk werd 'aangedaan'. Aalbert Vente (Zevenhuizen 1825-Rotterdam 1902) trouwde in 1851 in Zevenhuizen met Neeltje Bos. Een van hun zes kinderen was Maarten Vente (1854-1932). In 1875 kwam hij als korenmolenaarsknecht Alphen binnen, maar in 1877 heette Vente (23 jaar) als getuige in een Nieuwerkerkse geboorteakte al korenmolenaar! Anno 1878 verwierf hij de molen op Kortenoord. Vente kocht deze molen, toen 'De Hoop' geheten, voor f 4000 van de rijke meester-broodbakker Alexander Coenraad Pinkse, maar heette ook in de koopakte zelf al 'koornmolenaar, wonende te Nieuwerkerk aan den IJssel'. Hij was dus vast huurder van Pinkse, die zelf de molen in 1876 kocht. Koper Vente kon de molen ook dadelijk aanvaarden. Dat gaat ook het beste wanneer je er al in zit. (Die 150 jaar is dus afgerond.) In 1878 ook was Maarten in Bergambacht getrouwd met Marrigje Verburg. In 1889 kregen ze een zoon Albert en toen heette Maarten graanhandelaar in plaats van molenaar. Maarten Vente liet in 1886 een stoommachine van Ph. Lenting uit Amsterdam in een machinekamer aan de westkant van de molen plaatsen. Om 4 uur 's morgens moest de molenaar beginnen met het opstoken van de ketel, zodat als om 7 uur het personeel kwam, het malen kon beginnen. (Later werd de stoommachine een dieselmotor.) Het ging nog steeds om een hulpmotor: in 1889 leverde de firma Pot uit Kinderdijk Vente een geklonken ijzeren binnenroede nummer 1582 en de wieken bleven dus draaien wanneer dat kon. (Een roede is een half wiekenkruis.) De bedrijfsvernieuwingen hielden daarmee niet op. Toen Hilligje van Waasbergen in 1894 in Nieuwerkerk werd geboren noemde haar vader Willem zich in de akte korenmolenaar. Het lijkt dus dat Maarten Vente voor 1900 naar de huidige lokatie aan de 's-Gravenweg was verkast. Daar en dus op een van de bijgaande foto's zijn nu nog voor die tijd karakteristieke ijzeren rondboograampjes te zien ook.
Van zo'n oud bedrijf kwam regelmatig wat in de media. Op 9 september 1960 stond in de krant dat Arie de Bruin 50 jaar bij Vente werkte. In 1910 was dat nog bij oprichter Maarten, die (aldus de krant van 50 jaar later) enkele jaren daarvoor een maalderij met loods aan de 's-Gravenweg liet neerzetten. In 1914 werd Albert Vente sr (1889-1970) zijn tweede baas en in 1954 werd de derde werkgever Albert Vente jr (1927-1999). Paul Vente nam als vierde generatie de zaak in 1990 over, maar toen was die trouwe werknemer wel verdwenen. Omdat in de regio met het bebouwen van de grazige weiden de boeren ook verdwenen ging men meer en meer over van kippen-, varkens- en rundveevoeders op paardenvoeders en werd ook de winkel voor particulieren belangrijker. Lag 35 jaar geleden 80% van de omzet in een straal van 10 km van de fabriek, nu is dat voor 90% verder dan 10 km en tot in Brabant toe.
Internet herinnert intussen zelfs onder een Brabantse molen aan overgrootvader-graanhandelaar Maarten Vente uit Nieuwerkerk! Hoe dat zo kwam? Nadat de molen Windlust eind 1952 was ontwiekt gingen de nog goede roeden naar de windwatermolen van de Vervoornepolder in Werkendam (Schans 22). Zoekt men nu in de website molendatabase.nl naar deze molen, dan blijkt dat een binnenroede in 1969 werd vervangen, maar niét waar dat oude exemplaar van Kortenoord bleef…. Echter, toen de Potroede 1582 van Vente uit 1889 (22 m), daar buitenroede geworden, in 2005 werd 'gestreken', werd deze in het gras voor de molen neergelegd. Zoals uit bijgaande foto van de houten achtkanter blijkt, ligt die er nog steeds en ondoorgeroest. De roedendatabank beschrijft dit halve wiekenkruis ook nog steeds met de naam van opdrachtgever Vente! Van Nieuwerkerkse molens bleven dus minstens twee roeden tentoongesteld. Eentje van de bovenmolen van de Essepolder ligt na decennia benutten in een korenmolen in Neede (Gld), nu bij de Oudheidkamer aan de 's-Gravenweg. Eentje van de korenmolen op Kortenoord ligt dus na tientallen jaren gebruik voor de Vervoornsemolen in Werkendam. (Minstens twee, omdat er gerust ook nog ergens een roede van een van die vele Zuidplasmolens kan huizen!)
In Nieuwerkerk gaat de samenstelling van dier- en paardenvoeders aan de 's-Gravenweg gewoon door. Regelmatig zie je daarvoor zakken van Vente weer worden gevuld… in de korenmolen Windlust met die nieuwe roeden van nu precies 5 jaar oud! Felicitaties passen, maar toch is het bovenstaande ook een correctie op de laatste stichtingsuitgave Molenwiek van april. 'In de jaren vijftig waren de wieken doorgeroest en werden verwijderd', zo staat daarin zonder bronnenopgaaf voor het eerste. Ze gingen echter in Werkendam nog jaren mee.
Verschenen in de rubriek Toen & Nu in: Het Kanaal 2-6-2010.
De molens van de Zuidplas hebben tot het bittere einde toe met houten roeden gemalen. Daar zal wel niets meer van bewaard zijn gebleven en zeker niet als molenroede.
Anders dan als molenroede bleef toch wel wat bewaard:'Het huisje naast de Snellesluis werd gebouwd in de tweede helft van de 19de eeuw toen de watermolens in de boezem werden afgebroken. De balken van het huisje zijn van de molenwieken gemaakt en dat is nu nog te zien.'
Elly van Gelderen-Kasbergen, Herinneringen rondom de Hollandsche IJssel, 2003, p. 85
Mijn Plaats