Vrijdag 27 november wordt voor de Nieuwerkerkse Batavier dankzij Henk Dijkgraaf/HD Projectrealisatie een bronzen beeld onthuld van een stenenkruister, een stoere vrouw die barrevoets ijsselstenen kruit. Het kunstwerk is in opdracht gemaakt door de Haagse kunstenaar Loek Bos (1946). Model stond een verdwenen gipsen beeld van een stenenkruister van Minca Bosch Reitz uit 1898. Op 13 december 2006 werd een Toen & Nu met bijgaande twee foto's van dat oude beeld in deze rubriek gepubliceerd. Een slotzin was: 'Misschien krijgt iemand inspiratie om het na te maken?' en die wens is nu dus vervuld! Over van welke steenplaats het levende stenenkruistermodel kwam is intussen verfijnde informatie. Wat is de historie van het beeld, maar ook van de geschiedschrijving erover, de historiografie?
In 1898 was er in Den Haag een Nationale Tentoonstelling voor Vrouwenarbeid. De rubriekcommissie Industrie wilde zo'n beeld toen men vernam dat het stenen kruien, sjouwen en opzetten in Zuid-Holland minachtend 'vrouwenarbeid' werd genoemd alsof het naaien en breien betrof. De organisatrice Suze Groshans kwam via de Haagse Academie aan beeldhouwster Minca Bosch Reitz. Groshans schreef een brief aan de geboren Nieuwerkerkse steenfabrikant Arie Mijnlieff LFzoon van de Ouderkerkse steenplaats Spreeuwenhoek. (Hij was de broer van A.M. Mijnlieff LFz van Klein-Hitland. Hij had voorbedrukt briefpapier met 'A. Mijnlieff LFz, Steenfabrikant Nieuwerkerk a/d IJssel, Steenplaats "Spreeuwenhoek"' en dat zou verwarrend zijn.) Arie Mijnlieff schreef Groshans op 18 januari 1898 terug. Volgens hem kon de kunstenares het beste pas in mei komen als 'het steen maken' was begonnen of anders net zo goed een meid uit Den Haag achter een kruiwagen zetten. Hij vond dat hij toch ook wat uit had te leggen over dat vrouwenwerk bij hem en zijn broer: "Vrouwenarbeid op onze steenfabrieken aan den Holl. IJssel is wel typisch, het is tamelijk zwaar werk, doch de meisjes en vrouwen zien er frisch en sterk uit." De laatste zin van zijn brief was praktisch: "De reis hierheen is zeer eenvoudig, het station Nieuwerkerk a/d IJssel (Staatsspoor) is +/- 10 minuten van mijn fabriek." (Dan moest de veerman op Kortenoord wel klaar staan…)
De Schoonhovensche Courant noch de Goudsche Courant van 1898
meldde ook maar iets over het beeld van de stenenkruister. Beide
kranten waren nog zonder illustraties en namen inzake de opening
van de vrouwenarbeidtentoonstelling alleen wat algemene tekst uit
andere kranten over. In 1903 werd er wel een foto (die van de
zijkant) van gepubliceerd voorop het boekje van Maria Jongerius,
Vrouwenarbeid in de steenfabricage. Fotografe was
Charlotte Polkijn (1852-1931). Daarna zou het lang duren. Corrie
Verstoep publiceerde Beperkingen in de vrouwenarbeid in de
steenfabrieken langs de Hollandsche IJssel 1903-1906 in de
Historische Encyclopedie Krimpenerwaard (HEK) 1989-2 en benutte die
foto weer voorop. (Zelf deed ik dat benutten ook regelmatig, maar
zowel Corrie Verstoep als ik wisten van het model nog niet meer dan
dat het een Zuid-Hollandse stenenkruister was.) In 1998 verscheen
bij het 100-jarig jubileum van de Nationale Tentoonstelling voor
Vrouwenarbeid (van 1898 dus) een boek: Maria Grever/Betteke
Waaldijk, Feministische Openbaarheid met daarin ook een
nog onbekende frontale foto van het beeld van de stenenkruister.
Volgens een voetnoot was de brief van steenfabrikant A. Mijnlieff
LFzn van 18 januari 1898 een bron. Ook de bundel: M. Greven/F.
Dieteren, Een vaderland voor vrouwen, Amsterdam 2000,
noemt de Nieuwerkerkse stenenkruister, die dus eigenlijk uit
Ouderkerk kwam. Dank zij aan professor Maria Grever van de
Erasmusuniversiteit voor haar onderzoek en publicaties, en met name
het speurwerk naar de brief! (Bij de onthulling op 27 november
spreekt zij over 'De betekenis van de stenenkruister'.) Intussen
werd het beeld in 2003 ook besproken en weer afgebeeld in het boek:
Marga Altena, Visuele strategie - Foto's en films van
fabrieksarbeidsters 1890-1918 (waarop de auteur bij prof.
Grever promoveerde). In 2004 ten slotte verscheen in Durham van het
boek uit 1998 een Amerikaanse editie, Transforming the Public
Sphere, en zodoende vindt men daarin: a woman worker of a
brick factory in Nieuwerkerk a/d IJssel. De boeken van
Grever/Waaldijk uit 1998 en Altena uit 2003 zijn in goede
bibliotheken in te zien, bijvoorbeeld in de Rotterdamse
Gemeentebibliotheek aan de Hoogstraat. Een aanrader, en men leest
dan bij Altena passages als: De weergave van de arbeidster
zonder haar dagelijkse omgeving liet ruimte aan een ideologische
interpretatie. Haar blote voeten, overeenkomstig de
fabriekspraktijk en het feit dat ze zich nauwelijks lijkt in te
spannen, maken dat het werk qua thema en vormgeving overeenkomt met
de geschilderde plattelandsidyllen van de Haagse School. Het
gipsen beeld was puur voor de tentoonstelling van 1898 gemaakt,
werd in 1899 voor f 1000 gekocht door de Haagse Academie van
Beeldende Kunsten en is intussen zoek. (De beeldhouwster kreeg er
een jaar eerder een onkostenvergoeding van f 285 voor.)
De brief van Arie Mijnlieff uit 1898 bleef bewaard in het
Internationale Informatiecentrum en Archief voor Vrouwenbeweging te
Amsterdam, onder nummer NTV-80. (Sinds kort is het trouwens Aletta,
Instituut voor Vrouwengeschiedenis geheten.) Een kopie van de brief
komt voor vrijdag met meer spul terzake in de HVN-vitrine op de
vergaderzolder van de Batavier, een pand trouwens met de
herplaatste eerste steen van broer A.M. Mijnlieff uit 1881….
Verschenen in de rubriek Toen & Nu in: Het Kanaal 25-11-2009
Mijn Plaats