'Tussen IJssel en Rotte. 5 landschappen op 1 plek'. Dat is de titel van een expositie van de Historische Vereniging Capelle aan den IJssel (HVC). Tot en met 14 augustus is de tentoonstelling, die ook Nieuwerkerkse polders betreft, te bewonderen in het Beijerinckgemaal op het Capelse adres Bermweg 15. Men kan er elke zaterdagmiddag van 1-4 uur gratis terecht. Er is ook een expositieboekje te koop. Het geeft soms zelfs verbeteringen op het boekje 'De Alexanderpolder drooggemalen' van Van der Pols uit 1978.
Met de vijf landschappen zijn de landschapswisselingen door de eeuwen heen bedoeld. Verhaald wordt van het moerassig Hollandveen, de middeleeuwse ontginningen, de opvolgende vervening met haar plassen, de droogmaking daar weer van en ten slotte de omvorming van agrarische polders tot een stedelijk gebied. Hans Bolkesteijn vertelt in het expositieboekje onder meer waarom de vervening honderd roeden (375 meter) uit de 's-Gravenweg moest stoppen. Immers, dat was 'een wegh van de uiterste aengelegenheit voor de steden Gouda en Rotterdam'. (En de dorpen leken ook toen al een koloniaal gebied, dat slechts het moederland van de steden had te dienen….) Een kopie van een gedrukte 'Keure op het veenen aen 's-Gravenwegh' van 1727 siert de expositie. De vijftien veenplassen waaruit in 1874 de polder Prins Alexander ontstond worden opgesomd en op kaarten getoond, inclusief Blaardorp, Esse en een Zuidplas (een weinig onderscheidende naam). Het gaat in dit geval om de Zuidplas die bij Oud-Kralingen lag, in de richting van de 's-Gravenweg. Met de drooglegging van de plassen verdween daar de naam, terwijl de gespaarde Noordplas gewoon maar Kralingseplas ging heten. Zuidplassen waren er toch zat. (En zijn er ook nú nog van Nieuwkoop tot in Limburg….)
Van het droogleggingsplan van Beijerinck uit 1859 wordt op een kaart ook getoond dat die ingenieur twee bovenvijzelstoomgemalen wilde bouwen bij de gecombineerde spuiboezem van de polders Blaardorp en Hoogdorp, zeg maar op Ver-Hitland. Voordeel daarvan was dat tegelijk de onverveende polderdelen langs de IJssel gemechaniseerd zouden kunnen worden bemalen. Het is in deze rubriek al meer verhaald: de desbetreffende besturen wilden de zeggenschap over de windbemaling van hun polders niet kwijt. Het vieze veenwater uit de droogmakerij wilden ze al helemaal niet in hun grazige weiden. Het ging dus niet door en er kwam tegen de zin van Beijerinck bij Kralingseveer een afvoerkanaal met een dubbel bovengemaal. Het droogleggingswerk van de latere Alexanderpolder kende maar twee tegenslagen, en die waren bij de Nieuwerkerkse Laan (Bostelweg/Kerklaan). 'De eerste was een kleine cholera-epidemie in 1866 onder de arbeiders die in Nieuwerkerk aan de ringdijk werkten. De commissie greep snel in: elke keet kreeg een eigen toilet, er kwamen enkele pompen, twee besmette keten en besmette voorwerpen werden verbrand en er kwamen twee keten voor de verpleging van zieken', zo zegt het expositieboekje. Van der Pols schreef in 1978 hetzelfde, maar benutte voor 'toilet' nog het originele woord 'privaat'. (De term 'plee' lijkt mij weer beter.) Door het snel ingrijpen bleven de gevolgen beperkt tot vier doden en 864 gulden aan onkosten. De tweede stagnatie was een doorbraak van de ringdijk in 1870 en zodoende kwam er snel een sluis bij de Wollefoppenweg om althans een stuk Zuidplasringvaart af te kunnen sluiten: Het Kanaal moest niet leeglopen. Ook de vele functies van Het Kanaal oftewel de ringvaart komen aan de orde: van afvoer- en scheepvaartkanaal tot schaatsroute. (Slechts die van naamgever van een krant mankeert.)
Tot tegen 1960 was de polder Prins Alexander nog het terrein van tuinders, veeboeren en koeien. 'Koeien dan die in de polder waren geboren, want koeien van elders gingen er volgens zeggen meestal dood', zo vermeldt het expositieboekje. Zou de auteur soms in Middelwatering wonen? In zijn aforismenbundel 'Overdenkingen van een polderzwerver' schreef de befaamde Henk Kooijman (1928-1988) uit Haastrecht het zo mooi: 'Het eigen weiland, hoe slecht ook, is toch altijd het beste.'
Te bewonderen is op de expositie vervenersgereedschap, maar er zijn ook mooiere spullen. Antiek beeldmateriaal is er van oud-Kralingen en van het gehucht De Schinkel. Het Beijerinckgemaal zelf is tot op een mangelbak toe present. Er prijkt een stembus met de letter PPA, duidend op polder Prins Alexander. Deze bus werd benut in het Polderhuis aan de Hoofdweg in de gemeente Hillegersberg, sinds 1941 en dankzij Seys-Inquart in de gemeente Rotterdam gelegen. Het pand is thans nog present in een maxi-vitrine in Alexandrium…. Fraaier geëxposeerd in een mini-vitrine op de expositie zijn originele letterfragmenten uit 1881 van de Alexanderpolder-boerderij de Batavier, geleend van de HVN. Zoals bekend werden deze letters op 9 januari 2006 voor het oog van de camera van TV-West vernield, terwijl net een presente toenmalige wethouder het woord voerde over zorgvuldig werken. Ook hem zij aangeraden om de tentoonstelling te bezoeken!
Verschenen in de rubriek Toen & Nu in Het Kanaal 30-6-2010
Mijn Plaats