Tot ver in januari oliebollen eten is uit de tijd, maar kerstkaarten hangen nog wel even aan de muur. Kaarten met plaatjes uit de Capelse Slotshoeve zitten daar niet bij, maar ze hadden zo mooi kunnen zijn. De oorzaak is een curieuze brand van 1954. De aloude onderlinge assistentie van de brandweren uit Nieuwerkerk en Capelle, al voor 2000 en in beide richtingen verdwenen, was er toen nog. (Er is nu helemaal een ijzeren gordijn tussen twee veiligheidsregio's.) Op bijgaande foto, genomen op 17 september 1954, was dat dus anders. De brandweerwagen van Nieuwerkerk staat voor de Slotshoeve, 's-Gravenweg 157 in Capelle. De brand op de boerderij van Marius Schinkel was rond het middaguur ontstaan en binnen enkele minuten uitslaand. De Capelse brandweer, de autospuit van de Polder van commandant-schoenmaker Jan van Rijs, was om 12.31 uur ter plaatse. Reeds toen was de historische boerderij reddeloos verloren. De Nieuwerkerkse collega's waren op verzoek van de Capelse burgemeester uitgerukt ter assistentie van de Capelse brandweer. Dat kon toen nog! Toen zij rond 13 uur ter plaatse kwamen was echter hun inzet niet meer nodig. Nieuwerkerks oudere commandant-aannemer Piet Valkenburg senior staat op de foto dan ook rustig bij zijn Volvo-brandweerwagen (voor een brandweer een uniek merk). Bijvoorbeeld bij kapper Berlijn op de hoek van de Schenkel werden oorzaken besproken als het raken van het rieten dak door iets uit een vliegtuig…. De boer stelde zelfs een Engelse luchtvaartmaatschappij aansprakelijk voor de schade. Vele jaren later zou blijken dat de brand was aangestoken door een bekende van boer Schinkel, die dat op zijn sterfbed zou hebben bekend. 'Wie het is geweest is een goed bewaard geheim gebleven', zo schreef Paul Weyling in 2002 in de HVC-nieuwsbrief met meer over de Slotshoeve. (Hem zij ook dank voor de bijgaande oude brandweerfoto.) In 1955 bouwde Marius Schinkel, sinds een paar jaar voor de brand eigenaar en geen pachter meer, op dezelfde plaats een nieuwe boerderij met weer de naam Slotshoeve.
Van de beroemde Rotterdamse architect J. Verheul bestaat een aquarel uit 1931 van de oude Slotshoeve. De boerderij behoorde ooit bij het Slot van Capelle, zelf afgebroken in 1797, en ontleende daaraan de naam op de houten hekpalen. (Bij de boerderij van 1955 staat die naam nog netjes in het ijzeren hek.) De ligging was ook schuin tegenover het Nieuwe Laantje tussen dat Slot en de 's-Gravenweg. (Je ziet een stukje van die laan nog terug als een perceel grasland met aan weerszijden knotwilgen!) Het viel Verheul op dat voor de gevels donkerrode Utrechtse baksteen was gebruikt in plaats van gele ijsselsteen. In zijn boekje 'Kralingen en 's-Gravenweg…' uit 1932 omschreef Verheul gelukkig (!) de oude kunst. Verder noemde hij als eigenaar de ambachtsheer De Roo van Capelle te Dubbeldam en als pachters de gebroeders Schinkel. De opkamer diende als Heren- of Jachtkamer met een hoge schouw met geschilderd bovenstuk, waarop de aanbidding van Christus was weergegeven. We weten niet eens meer of het aanbidden door de wijzen uit het oosten (driekoningen) of door de herders was. Was de schilder bijbelvast dan waren het de wijzen, want van de herders staat aanbidden niet vermeld, al doen eeuwen kerstplaatjes anders geloven. 'De voorstelling van dit onderwerp ontstond pas in de 14de eeuw in Italië, naar het voorbeeld van de aanbidding der koningen. Zo zijn er aanvankelijk drie herders, die knielen voor Jezus', aldus de webstek van het Rijksmuseum over plaatjes met biddende herders. Het Capelse schoorsteenstuk was in 1675 door de Rotterdamse kunstenaar Adriaen Corneliszoon Beeldemaker (1618-1709) gemaakt. Passende achternaam trouwens! Van hem bleven zeker zeventig werken wel bewaard, bijvoorbeeld in dat Rijksmuseum. Verheul vond het schoorsteenstuk een ontdekking, en zou er nog een foto van zijn? Het plafond van de kamer was beschilderd met engeltjes met een lint met de Latijnse tekst 'Gloria in Excelsis Deo' oftewel 'Ere zij God in de hoge'. Dat is een stichtelijk slot, al komt het niet voor in de IJsselstreekroman 'Drie dominees op zolder' van eind 2010 van de geboren Capellenaar Jan van de Graaf. Zou hij als 'Keetense' bakkerszoon van 1935 toch nooit bij de Slotshoeve hebben bezorgd of alleen maar niet van de opkamer hebben geweten? Het is een boek met toch over Arie de Reuver zinnen als: 'Hij voelde weer die warme behoefte om naar 's-Gravenweg te fietsen en daar dichtbij God te zijn.' De schrijver werd er de Capelse Siebelink niet mee, maar omdat het boek vóór de eerste Capelse Kanaaleditie verscheen werd het wel tijd om het hier eens te noemen! De 's-Gravenweg is trouwens gewild in romans. Neem het boek 'Het diepste punt van Nederland' van H.J.A. Hofland uit 1993 over een Rotterdams knulletje: 'De 's-Gravenweg zelf was in zijn wereld de internationale route, de Via Appia, de weg naar het Verre Oosten.'
Hoe jammer trouwens dat er van dat schoorsteenstuk en van dat plafond met die spreuk uit de Slotshoeve geen kerstkaarten meer te maken waren. Ze hangen dus bij niemand in de wandcollectie van eind 2011….
Verschenen in de rubriek Toen & Nu in: Het Kanaal 11-1-2012
Mijn Plaats