Van weleer gegoede families is het soms uniek wat er materieel bewaard bleef. Op het kerkhof bij de Nieuwerkerkse dorpskerk, waar van de 'smalle gemeente' niet één genummerd paaltje resteert, liggen twee grafstenen uit 1865 van de ooit steenrijke familie Mijnlieff. Onder de ene steen is in een kelder bijgezet tot in 1905. Op de andere steen staat de naam van één vrouw. Een foto van rond 1855 van deze vrouw is ook bekend en staat tegenwoordig zelfs op internet (www.stamboom-lans.nl). Om welke meervoudig gedocumenteerde vrouw gaat het?
Neeltje Maria Lans werd geboren op 7 juli 1836 in Capelle aan den IJssel als dochter van Willem Otto Arie Lans en Adriana Maria Jongebreur. Vader was steenfabrikant op de Oude Plaats in Capelle. Neeltje werd gedoopt op zondag 31 juli 1836 in de Capelse dorpskerk. Toen ze een jaar of 18 was ging ze met het gezin op de foto. De nummers 3 en 5 op de afdruk zijn pa en moe en daartussenin staat als nummer 4 Neeltje Maria. Zij trouwde, 25 jaar oud, op donderdag 12 juni 1862 in Capelle aan den IJssel met de Hitlandse steenfabrikant Leonardus Fopbertus Mijnlieff, 26 jaar oud. (Hij was geboren op 5 april 1836 in Nieuwerkerk aan den IJssel als zoon van Arij Arijzoon Mijnlieff en Kaatje Visser.) Ze kregen twee kinderen: in 1863 een Arie en op 17 juni 1865 Adriaan Marie. De jonge moeder Neeltje Maria overleed kort daarop. Triest! De kennisgeving: "Heden overleed, tot mijn bittere droefheid, in den ouderdom van ruim 29 jaren, mijne geliefde echtgenoote NEELTJE MARIA LANS, mij nalatende 2 kinderen, te jong om hun verlies te beseffe. L.F. Mijnlieff Az. Nieuwerkerk a/d IJssel, 19 October 1865. Eenige kennisgeving."
Haar man zou 63 jaar worden en in 1900 in Amsterdam overlijden. De steenplaats Klein-Hitland was toen al van de zoon, de bekende Adriaan Marie, in 1881 eerste steenlegger van de Batavier en in 1893 getrouwd met Margaretha Johanna Adriana (Greet) Mijnlieff uit Krimpen en ook dochter van een steenfabrikant. Van 1895 tot zijn overlijden in 1915 was hij Nieuwerkerks gemeenteraadslid en van 1910-1915 ook hoogheemraad van Schieland. (Zijn foto stond al in deze rubriek na de gemeentelijke vernieling van zijn Batavierletters.) Overleed zijn moeder dus jong, zijn vrouw zou oud worden (1869-1960) en kort voor haar dood de Batavier aan de gemeente verkopen. De steenplaats rookte toen nog en met de buitendijkse villa 'Hitland', waarvan zij in 1893 de eerste steen legde, had zij nog van alles, tot een brandkast toe…. Nieuwerkerkse kinderen belden haar tot op hoge leeftijd op. Werd dan opgenomen met de naam Mijnlieff, dan zeiden ze ondeugend: 'Vindt u mij(n) lief, ik u niet!' In de Oudheidkamer èn in een HVN-vitrine op de zolder van de nieuwe Batavier zijn merkstenen te zien met LFM en AMM: ze zijn van Leonardus Fopbertus en Adrianus Marie Mijnlieff.
Natuurlijk moet voor de elitegeschiedenis zorgvuldig met stenen en foto's worden omgesprongen. (De kerk moet dat ook met de grafstenen wel: men kreeg een staatslening voor het onderhoud.) Toch: wie op zaterdagmiddag het kerkhek open ziet staan en de grafstenen van de Mijnlieffs bewondert kàn het meemaken dat de organist net Psalm 49 aan het oefenen is voor de zondag: 'Men denkt niet meer aan hun verleden staat, wijl al hun glans met hen in 't graf vergaat…', aldus een fragment uit de in deze kerk ritmisch gezongen berijming van 1773. Wie meer of een andere berijming wil lezen kan tegenwoordig ook voor psalmen volop op internet terecht.
Tot slot: de steenovens van Mijnlieff op Klein-Hitland worden binnenkort gerestaureerd en vóór de nieuwe Batavier komt een kunstwerk van een stenenkruister, een vrouw die stenen vervoert met een kruiwagen. Zoals de Cultuurkrant 2009 al publiceerde wordt Loek Bos uit Den Haag de maker. De voorbeeldige inspiratie is een verdwenen gipsen beeld uit 1898 van één van de stenenkruisters van Adrianus Marie Mijnlieff. En al is haar naam dan niet meer bekend: het wordt wel een bronzen arbeidersmonument!
Verschenen in de rubriek Toen & Nu in: Het Kanaal, 01-07-2009
Mijn Plaats