In de Nieuwerkerkse Oudheidkamer wordt op de tentoonstelling over 200 jaar Burgerlijke Stand gememoreerd dat er over geboortedata door aangevers werd gelogen en dat er bij huwelijksgegevens erger bedrog plaatsvond. (De onwaarheid bij geboorten was een te late datum vanwege 'boers' tijdgebrek en het moeten aangeven binnen drie dagen.) Een Nieuwerkerks knipsel uit de Gorcumse krant 'De 5 Rivieren' van 9 augustus 1935 illustreert dat huwelijksbedrog sinds wethouder Henk van der Torn de expositie op 9 september opende. Daarna zette achterkleinzoon Herman Bosman van de dader het bredere verhaal op internet onder de titel 'Een amoureuze oude heer'. Het staat hier ook op de website. Nog een conclusie: 'Het is dit jaar ook precies honderd jaar geleden dat mijn overgrootvader zijn gezin verliet.' Contact volgde, hij bezocht de Oudheidkamer en won met zijn inzending een prijs. Met het vergrootglas op Nieuwerkerk is het volgende een samenvatting.
Jacobus Oliemans wordt in 1861 in Zevenhoven geboren en komt in 1881 in Noordwijk terecht. Daar trouwt hij met Petronella Cornelia Parlevliet en wordt broodbakker in Kudelstaart. Hij keert naar Noordwijk terug, krijgt kinderen en het gaat hem dan voor de wind. In 1911 verdwijnt pa met de dienstbode en het familiekapitaal naar Engeland. Hij verandert dan bij geboorte-aangiften zijn naam Oliemans in Colijn: Hendrik Colijn immers was de olieman van de BPM…. In 1924 gaat wat heet het gezin Colijn naar Rotterdam. De tweede vrouw van Jacobus keert terug naar Noordwijk en gaat tegenover zijn eerste verlaten vrouw wonen! Jacobus blijft alleen achter in Rotterdam maar krijgt al snel "kennis aan" zijn volgende liefde, Aartje van den Dool uit Nieuwerkerk aan den IJssel. Opnieuw vervalst Jacobus zijn identiteit. In een café in Gouda verandert hij in zijn geboorte-extract het jaartal 1861 in 1871. Hij blijft zichzelf Colijn noemen, maar maakt zich dus tien jaar jonger! In 1925 trouwen zij, want de Nieuwerkerkse ambtenaar laat zich bedotten daar op de hoek van Dorp (nu: Kruidvatplek). Het geluk, voor zover je van geluk kan spreken, duurt tien jaar, dan gebeurt er het volgende. Op 12 oktober 1934 bezoekt de inmiddels 74-jarige Jac. Oliemans, alias Colijn, zich voordoende als 'bode Stolk' juwelier J. Scholten aan de Kipstraat in Rotterdam. Hij heeft een briefje bij zich met een stempel van de "Coöp. Boerenleenbank te Nieuwerkerk aan den IJssel" met de volgende tekst:
"Gelieve bode Stolk mee te geven twee gouden horloges op zicht, het bedrag van 100 of 150 gulden niet te boven gaand, niet thuis brengen, want het moet een verrassing zijn en blijven a.u.b. Mevrouw Smits" .
Hoewel N.C. Smit inderdaad de kassier van de Boerenleenbank was had juwelier Scholten nog nooit van mevrouw Smits gehoord, wel echter van de Nieuwerkerkse bode Stolk (van de Kerklaan) en van de Nieuwerkerkse Boerenleenbank. "Geef maar twee horloges mee", zegt hij, nadat een bediende het briefje laat lezen. Oliemans vertrekt met de horloges, niet naar Nieuwerkerk en mevrouw Smit(s), maar naar Den Haag waar hij de horloges weet te verkopen voor 56 gulden. Het geld heeft hij nodig om zijn plezierige leventje voort te zetten. Volgens de getuigenis van Arendje van den Dool was Jacobus ook de afgelopen tien jaar allesbehalve een trouwe echtgenoot geweest: "Hij maakte mijn geld op met andere vrouwen".
Jacobus wordt kort daarop aangehouden en naar het Huis van Bewaring aan de Noordsingel in Rotterdam overgebracht. Op 1 mei 1935 wordt hij als Jac. O., tuinman te Nieuwerkerk aan den IJssel, voorgeleid en moet hij zich verantwoorden voor de oplichting die hem ten laste is gelegd. De rechter vraagt: "Hoe komt u eigenlijk aan die naam Colijn?" Jacobus antwoordt dat hij het niet meer weet. Zijn verdediger mr. O.H. Sap weet het wel. Zijn eigenlijke naam heeft hem aan olie doen denken en de olie herinnerde hem aan Colijn. Hij had zich evengoed een andere naam aan kunnen meten. Het Rotterdamsch Nieuwsblad: 'De valsheid in geschrifte bleek slechts gepleegd om bigamie te kunnen begaan.' Het Openbaar Ministerie vertegenwoordigd door mr. Meischke vindt wat verdachte heeft gedaan zeer ernstig. Vergeleken bij al het eerdere is deze oplichting een betrekkelijk gering vergrijp. Hij noemt Jacobus 'erotomaan' oftewel seksmaniakaal. De eis luidt zes maanden met aftrek van voorarrest. De verdediger geeft nog aan dat de verdachte de draagwijdte van zijn daden niet heeft overzien. Hij heeft in kortzichtigheid gehandeld. Er wordt aangedrongen op "uitermate clementie". Met een beetje clementie veroordeelt de politierechter Jac. O. op 15 augustus 1935 tot vijf maanden met vooraftrek van het voorarrest. Hij zal in 1945 in Rotterdam overlijden. Hoewel deze medeburger dus dankzij zijn drie trouwboekjes in 1935 royaal de krant haalde vergat Nieuwerkerk hem maar liever. In de Oudheidkamer hangt nu een knipsel uit de krant 'De 5 Rivieren'….
Verschenen in de rubriek Toen & Nu in: Het Kanaal 23-11-2011
Mijn Plaats