'De smaak van de 19e eeuw'. Dat is het thema van de Open Monumentendag op zaterdag 11 september. Ook in de Kanaalregio is een minimaal deel van de monumenten open en wordt in een nog kleiner deel daarvan aandacht aan dit thema besteed. Dat hoeft ook niet: het is maar een suggestie van een landelijke stichting. Merkwaardiger is het als voor bepaalde dingen uit (ook) de 19e eeuw bescherming als monument nog niet eens is overwogen. Zou dat manco als gemeentelijk monument ook gelden voor bijvoorbeeld het enige watermolenrestant van de Zuidplaspolder? Het object heeft nu het adres Westringdijk 52 in Moordrecht en komt voor in de Zuidplaspolder-fietsroute uit 2009. (Trouwens wel een route met tot op internet toe nog steeds de 'onzin': 'De Zuidplaspolder is één van de laatst drooggelegde polders binnen Schieland (1938)'. Dat is een eeuw mis.)
'Molen B van de Zuidplas bij Moordrecht functioneerde veertig jaar als molen en inmiddels 110 jaar als woning. (…) Vooral de laatste jaren is de molenromp nogal verbouwd.' Dat stond in het landelijke boekje 'Molenstudies' uit 1989 onder een foto ervan. Intussen is die 110 jaar nog meer geworden en moet de woonfunctie maar blijven. Al zag het er ooit net eender uit: in Kinderdijk resteren richting de Lek meer molens dan in Zuidplas richting de IJssel. Het verhaal is genoeg bescheven. Het laatst gebeurde dat in het letterlijk vandáág verschenen boek 'Thuis in Zuidplas' (vanaf 15 september voor inwoners af te halen). Eerder gebeurde het bijvoorbeeld in de bijdrage van de Moordrechtse polderopzichter J.W. Schuddebeurs in het provinciale boek 'De molens van Zuid-Holland' uit 1980. Specifiek voor de molens was L. van den Bos de top-onderzoeker. Al is het dus hier geen werelderfgoed en is de molenstomp op zichzelf niet zo uniek, hij is van grote lokaal-historische waarde. (Dat is ook een aspect bij monumentenselectie.) Wat was zijn plaats als Vijzelmolen B in het bemalingssysteem van de Zuidplaspolder? Molen B was een van de vijf molens (A-E) van de tweede bemalingstrap in Moordrecht. Hij hielp mee met de waterverplaatsing van de vijzelboezem naar de ringvaart oftewel Het Kanaal. De molen werd op 21 maart 1835 aanbesteed. Aannemer was Cornelis Bakker uit Avenhorn voor de som van f 23.800. In de aanbevolen webstek molendatabase.org staat dit ook en met de vermelding dat de heipalen 15 ellen lang waren. (Een manco lijkt mij dat er niet bij staat dat dit in 1835 gewoon meters waren, men benutte alleen de oude naam nog!) Op 23 april 1836 werd de molen in bedrijf gesteld. Zoals zo vaak hier kwam er een Verstoep op. In dit geval was dat van 1837-1864 Cornelis Verstoep, getrouwd met Aantje Bezemer. Na het overlijden van pa in 1864 namen zijn zoons Dirk, Jan en Cornelis het malen over. Na 1871 zat alleen Cornelis jr er nog op, getrouwd met Elisabeth Verboom. Stoomgemalen namen het werk over en de molens werden in 1876 buiten gebruik gesteld. Deze molen werd al in 1878 voor f 1200 verkocht aan bewoner Cornelis Verstoep. Deze behoorde dus niet bij het restant van 12 molens uit Moordrecht en Nieuwerkerk dat in 1879 door de polder in Het Posthuis werd verkocht. Daar is nog een aanplakbiljet van met de fraaie zin: 'De Molens worden verkocht voor afbraak, doch de koopers kunnen ook des verkiezende vergunning erlangen om dezelven te laten staan en in te rigten tot Woning of tot uitoefening van eenig bedrijf, waartoe zij door hun stand, in de nabijheid van de rivier DE IJSSEL, uitstekend geschikt zijn.' Men wilde er snel van af: 'De molens zijn inmiddels uit de hand te koop' was nog de slotzin.
Vijzelmolen B werd in 1925 afgeknot, maar de stenen veldmuren en de rietgedekte bovenbouw herinneren nog aan de reus met een wiekenvlucht van 27,50 meter! Rond 1950 brandde een soort stal naast de stomp af. Een foto daarvan kwam in het in Moordt befaamde foto-album van burgemeester Vermaat!
Hoe overheden omgaan met Beijerincks Zuidplaspolder neigt minstens naar misbruik van historie. 'De polder de polder laten, past in ieder geval niet in de traditie van de droogmakerij en de manier waarop Nederalndse altijd hun natuurlijke omgeving hebben ingericht', zo staat er al jaren op de website met nu de naam driehoekrzg.nl. Op 14 april van dit jaar is in deze rubriek die zin met het foute en misplaatste woord 'Nederalndse' al aan de kaak gesteld, maar men bleef er kennelijk trots op. Er staan meer gekke zinnen op die site, althans voor wie nu geniet van wat soms nog resteert: 'De Zuidplas als proeftuin van de Zuidvleugel legt het accent op de ontwikkeling van de polder als vernieuwd productie- en genietingslandschap.' (Het laatste is een nieuw woord!) De laatste Zuidplas-molenstomp (1836) is dus geen monument. In het vermaarde, maar vooral 'verpaarde' bestemmingsplan Restveen en Groene Waterparel is het zelfs niet overwogen om hem aan te geven als een pand met cultuurhistorische waarde. Boerderijen kregen dat predikaat wel. De overheden interesseert de stomp kennelijk minder, maar de bewoner hééft er aan de stomp te zien al een 'genietingslandschap'. De complimenten! Hetzelfde geldt voor de gemeente Gouda. De wethouder Vastgoed en Cultuurbehoud daarvan opent op 18 september de gerestaureerde (nu) gemeentelijke Mallemolen aan de 1e Moordrechtse Tiendeweg. In februari is in deze rubriek al aangehaald dat die watermolen in 1804 door iemand uit Zevenhuizen werd gebouwd voor het ambacht Moordrecht. Zou die restauratie van de weleer Moordrechtse romp daar nu echt aan een vroegere grenswijziging te danken zijn?
Verschenen in de rubriek Toen & Nu in: Het Kanaal 8-9-2010
Mijn Plaats