Naar het Nederlands vertaald betekent de Latijnse tekst op de hierbij afgebeelde steen: Op de dag van de 19de juni van het jaar 1860 heeft de eerste steen geplaatst de hooggeachte dienaar de heer A.J. van der Drift, herder van deze parochie. De steen prijkt in de muur van de door waterstaatsopzichter Van Echten ontworpen parochiekerk St. Johannes Onthoofding aan het Oosteinde in Moordrecht. Een boekje uit 1982 vond toch dat die steen uit 1859 was en daarna begon het overschrijven daarvan. Wat voorbeelden? Het jubileumboek van de Gereformeerde kerk van Moordrecht uit 1992 memoreerde ook de RK-eerste steenlegging van… 1859. Het boekje 'Zo kerkte en kerkt Moordrecht' uit 2005 zei zelfs dat op 19 juli 1859 de eerste steen werd gelegd, maar daar stond dan ook geen foto bij, zoals bij deze rubriek wel. Bij het parochiejubileum van 2009 was het hetzelfde liedje. Tot de website van het bisdom Rotterdam toe nam de informatie van het grondvlak over en dat vindt op internet de kerk ook nu nog van 1859. Hoe kwam die kerk van toch echt 1860 op deze plek?
Na de overgang tot de Hervorming kreeg Moordrecht in 1659 weer een RK-statie (priesterstandplaats). Men verbouwde al op deze plek aan het Oosteinde een loods tot kerk. In 1777 werd deze vervangen door een nieuwe kerk, maar het (paal)fundament daarvan deugde niet. Die nieuwbouw mocht wel van de Staten van Holland, maar hij mocht niet te erg op een kerk lijken. De dorpskerk was immers de nog bevoorrechte protestantse kerk. Met de Franse tijd was die beperking over, maar de ligging herinnert ook anno 2010 nog steeds aan die van een 'schuilkerk'. Rond 1785 kwam er een mooie pastorie voor; deze staat er ook nog steeds, al is het intussen een woonhuis. Ondanks herstel werd de kerk bouwkundig gezien steeds slechter. In 1856 werd de statie bevorderd tot regioparochie en wilde pastoor Adreas Feyen al een nieuwe kerk bouwen. Zijn parochianen waren daar nog niet aan toe. Sommigen vonden dat ze een 'waardig godshuis' hadden. 'Anderen, vooral de Nieuwerkerkers, vonden dat een nieuwe kerk meer naar hun kant gebouwd moest worden', zo schreef Chris van Gennep in 2005 nog. Pastoor Feyen kon alleen een gewijd kerkhof achterlaten, maar dat is er dan ook nog steeds. In 1858 kwam pastoor Adrianus Johannes van der Drift. Hij kreeg van de sinds 1850 presente bisschop van Haarlem opdracht om op de plek van de oude een nieuwe kerk te bouwen. De tijd van de achterstelling was wel echt voorbij: rijk en provincie gaven er zelfs 2000 respectievelijk 3300 gulden subsidie voor. J. van Leeuwen uit Overschie bouwde de kerk voor 9930 gulden. (Vanaf 1824 was er een subsidieregeling voor de kerkenbouw en werd het toezicht hierop aan architecten van Rijkswaterstaat opgedragen.) Men schafte niet alle ouds af. Binnen prijkt uit de kerk van 1777 nog de preekstoel met een klankbord met een duif in een stralenkrans als voorstelling van de Heilige Geest.
Indrukwekkend zijn op het goed onderhouden kerkhof(je) zowel genummerde paaltjes, grafstenen als het grote priestergraf. Het laatste lijkt niet meer op het rijke Roomse gedenkteken op een oude ansicht, zoals afgebeeld in het boekje van R. de Bruijn uit 1982. 'Het houten grafmonument was op een bepaald moment dusdanig door de weersomstandigheden aangetast, dat het gesloopt moest worden. Tegenwoordig bevindt er zich een uit steen opgetrokken kenteken', zo schreef hij er onder. In de staande poort bevindt zich nu een kruis met een afbeelding van een Christushoofd. Katholieken zouden anders dan moderne protestanten niets met een 'leeg kruis' hebben, maar de eigen klokketoren leert anders. Onder het kruis van het grafmonument zit in de muur een Christusmonogram (grieks chi-rhoteken), zoals dat sinds 1966 ook present is in een kunstwerk op de Nieuwe Kerk naast het Nieuwerkerkse winkelcentrum Dorrestein. Op de nog originele liggende grote steen aan het Oosteinde staat: 'Gedenk Uwe Oversten, die U het Woord Gods verkondigd hebben - In vrede ten ruste gelegd - Priestergraf'. De eerste tekst is uit het bijbelboek Hebreeën 13 vers 7 en staat bijvoorbeeld in oude protestantse kerken soms ook op predikantenlijsten. De steen heeft verder oer-christelijke ornamenten als een vis, palmtakken en de griekse leters Alfa en Omega. Allemaal passend, maar dat is het voortijdige 'In vrede ten ruste gelegd' minder. 'Voor zover ik heb kunnen nagaan ligt er niemand begraven', zo schreef De Bruijn over dit priestergraf. Er staat ook geen persoonsnaam op. In elk geval werd de Moordrechtse pastoor Le Jeune in 1921 naar eigen wens begraven achter de RK-kerk aan de Nieuwerkerkse 's-Gravenweg, die hij daar zelf intussen stichtte. Zijn priestergraf daar is op 2 september 2009 in deze rubriek afgebeeld, zoals de week daarop het jubileumboekje van de Moordse parochie. (Dit jaar is er dus weer een jubileum, maar slechts van het aardse gebouw en dat wordt niet groots gevierd.)
Om nog eenmaal op het jaar van de eerste steenlegging terug te komen: K.A. Gort schreef in 1972 in zijn oude ansichtenboekje nog correct 'dat de zaalkerk blijkens een stichtingssteen in 1860 is gebouwd'. Het latere houten tekstbordje pal boven de steen zegt het natuurlijk ook goed….
Verschenen in de rubriek Toen & Nu in: Het Kanaal, 16-6-2010
Mijn Plaats