Het volk van Moordrecht paste zich in WOII minder aan dan de bestuurders. Panc Vink gaf daar al voorbeelden van in zijn boek 'Oorlog en bevrijding in Moordrecht' (1995), maar er zijn er meer. Elly van Gelderen meldde in het tijdschrift Moerdregt in 1999 van onderduikers bij razzia's: 'Menigmaal gebeurde het dat een jongen in de tombe van het altaar kroop [met hoog verlof van de pastoor].' Basis voor nu nog twee zaken is het RK parochie-archief, aanwezig op het streekarchief in Gouda. (Beide zaken gaan over de zomer van 1941, waarin al volgens Vink burgemeester Brandt de inwoner J.H. Ham liet arresteren voor het luisteren naar de Engelse zender en een stuk Molenlaan naar zichzelf liet vernoemen.)
Op 3 juli 1941 schreef de bezorgde pastoor A.J. van Schaik aan het personeel van de RK-school een klein briefje. 'Dezen middag was ongeveer 20 minuten het "Oranje boven" niet van de lucht, om 1.10 uur kwam ik op mijn kamer. Met de wind mee was dat zeer goed te hooren op den weg. Om welke reden de kinderen zoiets willen zingen, daarnaar vraagt de Duitsche Overheid niet. Wil iets verkeerd loopen, dan zijn de gevolgen zeer zwaar.' Het schoolbestuur rekende er op dat het personeel zelf het roer recht wist te houden en dat moest een briefje tekenen dat het niet meer zou gebeuren. De zusters M. Bernarda en M. Hilaria alsmede de meesters C. Vestering en J.C.M. vd Bergh deden dat natuurlijk netjes.
Een principieel gezien ergere brief kregen ze later in diezelfde zomer. Burgemeester Brandt en wethouder De Jong (Vrijheidsbond) van Moordrecht verzochten dankzij een departementale circulaire en net als collega's van elders alle scholen om opgaaf van het aantal Joodse kinderen. Zij ondertekenden wel erg snel een geleidebrief die nog langer was dan nodig ook. De bedoeling was die kinderen per 1 september 1941 het schoolgaan met ariërs te verbieden, maar ze schreven verhullend dat het ging om 'het bezoek van Joodsche kinderen aan de scholen'. Hoewel ze daartoe niet verplicht waren, vroegen ze - best opvallend - ook om aan de inhoud van de isolerende circulaire 'volledig' gevolg te geven en 'ten spoedigste' de bedoelde opgave te doen. Een snel overgetypt en ook door burgemeester Brandt getekend afschrift van de circulaire van secretaris-generaal en collaborateur-van-niveau professor J. van Dam zonden ze mee. De Moordse bestuurders noemden de circulaire op zijn 'volks' een omzendbrief en dat was al een germaans taalpurisme voordat de Duitsers dat eisten. (Later moest ook de Nieuwerkerkse zangvereniging Perséverance Volharding gaan heten….) In die circulaire stond het helder: Joodse leerlingen moesten met ingang van 1 september van de scholen verdwijnen en naar 'afzonderijke onderwijsinrichtingen'. Die waren er nog niet, maar zouden zo spoedig mogelijk worden opgericht, zodat die Joodse leerlingen niet langer dan vier weken zonder onderwijs zouden zijn. Om dat te regelen moest per school worden opgegeven hoeveel Joodse kinderen men had.
Minstens de brief die de RK-school kreeg bleef bewaard. Zuster M. Bernarda beantwoordde de brief en zette haar paraaf er op. Inhoudelijk moet haar antwoord zijn geweest dat ze op de RK-school geen Joodse kinderen hadden. Landelijk kwam er verzet in kringen van protestants en katholiek onderwijs tegen het feit dat gedoopte Joodse kinderen niet meer hun bijzonder onderwijs konden volgen. Dat waren er over heel het land niet veel trouwens: circa 200 scholieren. Op 13 september instrueerde aartsbisschop Jan de Jong de RK schoolbesturen om niet op de circulaire in te gaan. Overbrengen van de rassenleer op godsdienstig terrein was volgens hem in strijd met het gelijkheidsbeginsel uit het bijbelboek Galaten 3 vers 28: 'nu is er geen sprake meer van jood of niet-jood'. De zuster uit Moordrecht was dus te vroeg geweest, maar ja, als jouw burgemeester en wethouder bij dit onderwerp zo snel waren, op spoed aandrongen en het antwoord toch nul was….
Het eerste Moordrechtse oorlogsmonument op de oude begraafplaats kreeg mede dankzij Frans Vink als opschrift 'Houdt dan het diepst van uw gedachtenis aan hen die voor de vrijheid alles gaven'. Dat lijkt alleen op militairen en verzetsstrijders te slaan. Zouden - zoals elders vaak ook - de weggevoerde en vermoorde Joden in de tekstkeus vergeten zijn? Zoon Panc Vink nam decennia later een initiatief en er kwam een comité. Op 27 januari 1999 onthulde burgemeester Riny van der Bie-van Vliet naar ontwerp van Aad de Wit een Joods monument. Op de bronzen plaat staan in reliëf links alle vier de volwassen Joden - en inderdaad geen schoolkind - gepakt voor vertrek uit Moordrecht. Daarnaast staat de SD-wagen in de Oostbuurtstraat met daaronder een Wehrmachtsoldaat. Daar weer onder staan de mensen gevangen in het doorgangskamp Westerbork. Helemaal onderaan staan de namen met daarbij vermeld dat ze zijn omgekomen in augustus 1942 in Auschwitz. De symbolen eromheen zijn het prikkeldraad van de kampen, de ster uit het wapen van Moordrecht, de vredesduif, een Davidsster en ten slotte een menora (zevenarmige kandelaar, ook wapen van Israël). Panc Vink schreef in Moerdregt een jaar later over 55 jaar Auschwitz en het Joodse monument. Hij memoreerde dat bij de onthulling ook drie rabbijnen aanwezig waren, iemand van de Israëlische ambassade, buren uit de oorlog en schoolkinderen. Een apart Joods monument is voor een dorp uniek, dat 100% van de geregistreerde Joden publiek werd weggevoerd was dat helaas niet.
Er blijft altijd meer over de bezetting te verhalen. De oudste wethouder Pieter van der Bas (ARP) 'mankeert' duidelijk in bijgaande brief. Er verscheen echter bij de reformatorische uitgeverij De Banier net een nieuw boek 'In 't bangst gevaar' met een verhaal over onder andere de familie Van der Bas in WOII.
Verschenen in de rubriek Toen & Nu in: Het Kanaal 5-5-2010
Kwam de naam van familie Van der Bas Tegen, in dit geval Pieter van der Bas. Dat deed mij herinneren dat mijn vader bij een familie Van der Bas heeft gewerkt op een boerderij aan de Ringdijk. Dit was vlak na de tweede wereldoorlog. Mijn vader was boerenarbeider en hij werkte volgens mijn herinnering bij een Jasper van der Bas. Ik ben geboren in een arbeiderswoning die dicht bij die boerderij lag. Ook aan de Ringdijk en dat werd toen Ringdijk C30 genoemd. Ik ben geboren in 1948 en ik heb als kind nog op die boerderij gespeeld. Ik weet nog dat ze daar kaas maakten en er stond toen achter die boerderij een hooiberg. Mijn vader heette Adrianus Kortenoeven en hij was een zoon van Hendrik Kortenoeven die ook te Moordrecht woonde met zijn gezin. Dat was wat meer richting Waddinxveen, Kanaaldijk heette dat toen geloof ik. Mijn vader vertelde altijd verhalen over de oorlog omdat hij tijdens de oorlog bij zijn ouders aan de kanaaldijk woonde, vlakbij die spoorlijnen daar. Nu ben ik met pensioen en ben ik aan het onderzoeken hoe dat daar nu was in de oorlog. Ik weet nog dat mijn vader vertelde over de bombardementen en beschietingen door de geallieerden en dat een keer gewonden en doden zijn gevallen. Zo werd volgens zijn zeggen zijn vader een oog weggeschoten en een broer van hem werd door zijn been geschoten. Het was toen zo erg dat zijn moeder is gevlucht. Ook zou hij geholpen hebben gewonden weg te brengen met paard en wagen richting Julianasluizen omdat men niet in dat gebied van Moordrecht durfde te komen. Ik ben enorm nieuwsgierig of daar nog iets over bekend is ergens. Mijn vader had nog wel meer verhalen maar was over het algemeen nogal zwijgzaam. Doordat ik nu wat meer tijd heb lees ik ook meer en vooral die stukken over Moordrecht in de oorlog hebben mijn interesse. Ik bewaar sommige stukken omdat ik eigenlijk zo weinig weet van die tijd daar. Misschien hoor ik nog eens iets. Het is heel interessant voor mij.
Zie de volgende bijdrage 'Nooitgedacht in Moordrecht in WOII'. Verder adviseer ik u om contact op te nemen met Piet van der Bas, zoon van Jasper, in Stolwijk.
Ik wil reageren op de reactie van H.A.Kortenoeven.U verwijst hem denk ik naar de
verkeerde fam van der Bas. Janus (Adrianus)
woonde in de huisjes naast boerderij Welgelegen van de fam.Teunis v.d.d Bas.
De gebroeders Henk en Arie speelde vaak bij ons. Mijn broer Rien zou daar een boek over kunnen vertellen. Helaas is Rien 3 jaar geleden overleden. Het lijkt mij wel leuk om
Henk over mijn broer en andere dingen te vertellen. Hoe kom ik met hem in contact?
Het is nu 9 oktober 2010. Af en toe kijk ik in de Groene Hart archieven. Nu las ik het bericht de dato 28 september 2010 dat Corrie de Hoog - Van der Bas schreef. Inderdaad ik weet ook niet precies meer de namen van vroeger. Het is soms een leidraad en dan kom je weer een stukje verder in je herinneringen. Ik vind het bijzonder leuk dat nu iemand van vroeger heeft gereageerd, immers wij hebben daar onze jongste jeugd gehad. Het gekke is dat ik al best een aantal keren daar ben gaan kijken, langsgereden, dan geeft dat toch een bijzondere ervaring. Ik zou het zeer op prijs stellen als ik met mevrouw voornoemd contact kon hebben. Herinneringen zijn soms door de jaren als het ware vervaagd. Dus zijn ze het waard om weer wat helder te worden. Ik geef u hierbij mijn adres: H.A. Kortenoeven, Hazeveld 12, 2761 XJ Zevenhuizen (Gemeente Zuidplas). Voor het geval u mij wilt mailen geef ik Groene hart toestemming mijn mailadres aan u te verstrekken.
Ik ben blij met uw bericht. Hoop op antwoord.
Mijn Plaats