Moordrecht Janzonius 3  belydenisse zoon Dionys 1717
Focquenbroch
moordrecht 1932

' 's Werelds glorie is rook', ook in Moordrecht

16 augustus 2011 door Adri den Boer   0 reacties

Een multifunctioneel centrum in Moordrecht, zoals het Weeshuis sinds 1978 was, of de 'dorpshuisfunctie van Verbeek' van na 2011 zijn nog geen garantie voor cultureel werk of veel bezoek. Dat het Weeshuis in 1978 zo'n centrum werd blijkt zeker uit de kranten van toen. Aan die status kwam nu pas een eind, al viel benutten daarvan zó tegen, dat het vóór 2010 wel een raadhuis leek….

In het tijdschrift Vaderlandsche Letteroefeningen van 1865 al schreef ene Q.N. aan de redacteur een klaagbrief over het achtste Nederlandsch Taal- en Letterkundig Kongres te Rotterdam en een Moordrechtse (wan)smaak. (Velen benutten de letters Q.N. als pseudoniem.) Een fragment:´Wie is op het rampzalig denkbeeld gekomen, dit oude in lange jaren niet vertoonde, en reeds vergeten Blijspel bij deze gelegenheid weêr ten tooneele te brengen? Willem van Focquenbroch of de hollandsche Rederijkers in de vorige eeuw, Blijspel met zang in één bedrijf, zoo heette het ding. De schrijver werd niet genoemd, en de katalogus der Maatschappij van Letterkunde, die ik, t'huis gekomen, opsloeg, leerde mij, dat een zekere G.K. te Moordrecht - ik zeg, te Moordrecht - zich een vijftig jaar geleden door dit kunstgewrocht aan de kunst had vergrepen. Het is een zinneloos en geesteloos stukje, dat geheel boven water moet worden gehouden door de eindelooze straatuiën - vergeef mij het plompe woord, - van zekeren bakker, die er behagen in schept om vreemde woorden te verhaspelen, en daarbij dikwijls nog al vies is.´

Vooral de zinsnede 'te Moordrecht - ik zeg, te Moordrecht' was bar denigrerend bedoeld. Het is niet anders! Q.N. foeterde maar door en kwam ten slotte aan het eind van zijn breedsprakige brief:

´Alleen vraag ik: wie heeft hier de schuld? De directeur, die wellicht ditmaal geen vrije keus heeft gehad? De vertooners, die van het armzalige stuk gemaakt hebben wat zij konden? De schrijver, die waarschijnlijk reeds lang tot zijn vaderen verzameld is, en op het moordrechtsche kerkhof rust van zijn dramatischen arbeid, tutus inter latrones, veilig onder de moordenaars, zooals het kerkezegel dier plaats het heeft? Zeker het publiek niet, dat er in dit geval niets aan doen kon.´

Die catalogus van de Maatschappij is intussen al jaren ook op internet in te zien. Inderdaad prijkt daarin het blijspel: K. (te Moordrecht), Willem van Focquenbroch of de Amsterdamsche rederijkers, uitgegeven te Leiden door L. Herdingh in 1810. De schrijver zal 55 jaar later vast wel tot zijn vaderen verzameld zijn geweest. (Kleermaker Gerrit Kloos, geboren in 1728 en nog present in een register van 1811, moet volgens Panc Vink, die evenveel Moordrechtenaren van onder als van boven de grond kent, die G.K. zijn geweest.) De Latijnse tekst van het kerkzegel citeerde de criticus trouwens ook nog slordig: het was Tuta inter latrones. Dat zegel zelf ging al uit van de verkeerde uitspraak Moord-recht in plaats van Moor-drecht. Eigenlijk een beetje flauw, net als de titel 'Moord in Ommoord' van een Capelse uitgever, maar dat zij vergeven voor een kinderboek. (Moor of moer is gewoon veen.) Hierbij afgebeeld is het zegel naar dominee Dionys Janzonius, de zoon van de Moordrechtse dominee Johannes Janzonius, naar wie daar een leuke straat werd vernoemd. Het logo is uit een boekje uit 1717, dat de Vriendenstichting in 2008 voor het streekarchief Midden-Holland kocht. (De protestantse fusiegemeente De Stroom in Moordrecht koos net in juni weer een ànder, meer inhoudelijk logo van Charlotte Luijendijk.)

Wat de door 'Moordenaar' Kloos gewaardeerde Van Focquenbroch (1640-1670) betreft: de satirische kant van het schrijfwerk van deze medicus en vroege provo overschaduwde de serieuze kant. In de negentiende eeuw raakte hij in ongenade. Hij had ook wel een erge hekel aan het Amsterdamse aardse winstbejag…. Zo sprak de literatuurhistoricus G. Kalff in 1909 nog over Van Focquenbrochs werken als van een 'platheid en een vuilheid die in onze literatuur zelden geëvenaard zijn; Fock - zoo noemt hij zich zelven schertsend - wentelt zich behagelijk in zinnelijkheid en vuilheid als het zwijn in de modder'. De herwaardering kwam begin 20e eeuw op gang, maar zette pas na de oorlog door. Opmerkelijk daarbij is een bloemlezing uit Van Focquenbrochs lyriek met een inleiding van W.F. Hermans. Nu zijn er een stichting en een website met zijn naam. Zelfs zijn treffende lijfspreuk wordt daarbij benut: Fumus Gloria Mundi ('s Werelds glorie is rook). Terzijde: in Beverwijk heet een sigarengenootschap zo. Afbeeldingen met het portret van Van Focquenbroch staan nu ook op diverse eerzame plekken op internet. Van schrijver Kloos en criticus Q.N. zijn daarop geen plaatjes te vinden. Het topografische plaatje hierbij is een anonieme tekening van Moordrecht uit het Rotterdamsch Nieuwsblad van 15 juni 1932. De prent is mooi, maar het bijbehorende zwamverhaaltje heette 'Nog meer bijgeloof' en ging over vreemde droomuitleggingen.

Verschenen in de rubriek Toen & Nu in: Het Kanaal 17-8-2011

Reactie plaatsen




bijlage of video toevoegen





Houd mij op de hoogte van reacties op mijn inzending

Ik ga akkoord met de voorwaarden

* Verplicht invullen

ZoekenMoordrecht


Koninklijke Vereenigde Tapijtfabrieken MoordrechtMoordrechtGemeentewapen MoordrechtStormramp 1953