Bordje J
Jan Anne Beijerinck
Jan Anne Beijerinck echtgen HL Roest

Beijerinck is de naam

13 april 2010 door Adri den Boer   1 reactie

De Prins Alexanderpolder vernoemde een Capels gemaal naar hem; 'Jan Anne Beijerinck', zo staat er met grote letters nog steeds op te lezen. (Zie www.beijerinckgemaal.nl) Zuidplasgemeente Waddinxveen vernoemde in het betere deel van de polder een laan naar hem als drooglegger van die plas en deed dat ook correct: Beijerincklaan. In Nieuwerkerk werd in Dorrestein een straat naar hem vernoemd. Waren er eerst op straat nog meer naamkeuzes, door aanschaf van nieuwe bordjes zijn er nu nog maar twee variaties met twee fouten te zien: J.A. en Jan Anne Beyerinkstraat.

In 1828 gaf Jan Anne Beijerinck, 'aspirant ingenieur waterstaat', in Moordrecht de geboorte aan van dochter Baukje van hem en zijn vrouw. In 1832 volgde zoon Joannes en in 1835 zoon Leonard. Bij de laatste aangifte was het voorvoegsel 'aspirant' voor zijn titel verdwenen. Terzijde: bij de aangiften van alle drie de kinderen was bode Frederik Hamler een getuige; was hij in 1828 nog 67, in 1835 was dat dus 74 jaar. (Deze man was getuige in meer dan 300 Moordrechtse geboorteakten, eerst als schoenmaker, vanaf zijn 53ste als veldwachter en later dus als bode.) Op het streekarchief Midden-Holland zijn de akten volledig te lezen, maar bovenstaande informatie is ook zo te halen van de prijswinnende website groenehartarchieven.nl.

Jan Anne Beijerinck werd op 4 december 1800 te Lent bij Nijmegen geboren als de zoon van de Inspecteur van Waterstaat Willem Beijerinck en Baukje Maria Dibbetz. De familie Beijerinck was een echte Waterstaatfamilie. In het 'Nieuw Nederlands Biografisch Woordenboek' staan elf naamdragers vermeld met een loopbaan in dienst van Waterstaat. Jan Anne verloor zijn vader toen hij 7 jaar oud was. Zijn moeder had na het overlijden van haar man niet genoeg geld om voor hem een wetenschappelijke opleiding te kunnen bekostigen. Daarom werd hij in de praktijk opgeleid door twee ooms. In 1818 kreeg hij zijn eerste aanstelling bij Waterstaat. In 1824 trouwde Beijerinck met Helena Lydia Roest, geboren in 1801 te Dordrecht. Samen zouden ze vijf kinderen krijgen, waarvan dus drie in Moordt. In 1825 slaagde Jan Anne voor het ingenieursexamen en werd hij - eerder leerling - benoemd tot aspirant-ingenieur. In maart 1826 werd hij aan de hoofdingenieur in algemene dienst, Thomèze, toegevoegd en belast met de voorbereidingen van het kanaal door Voorne-Putten, vervolgens met die van de droogmaking van de Zuidplas (en de aanleg van een kanaal van Den Haag naar Scheveningen). Door de dure problemen met de Zuidelijke Nederlanden werden de werkzaamheden aan de Zuidplas van 1830 tot 1833 stilgelegd. Van 1833 tot de voltooiing van de polder in 1840 was Beijerinck als enige ingenieur bij de droogmaking van de Zuidplas werkzaam. Op 1 april 1834 werd hij ook benoemd tot ingenieur 2e klasse. In hetzelfde jaar maakte hij (te vroeg en samen met F.W. Conrad) een plan voor de bedijking van Rotterdam en de havens van Rotterdam-Feijenoord. In 1840 werd hij belast met de werkzaamheden van ingenieur voor de droogmaking van het Haarlemmermeer. Drie stoomgemalen werden door Beijerinck ontworpen en onder zijn toezicht gebouwd: de Cruquius getuigt er nog van.

In 1845 werd aan Jan Anne en zijn broer door de regering van Denemarken om advies gevraagd voor de aanleg van havens op de westkust van Sleeswijk-Holstein. Ook werd door hem geadviseerd bij de droogmaking van moerassen bij New Orleans in de USA! In 1858 werd hem opgedragen een plan te maken voor de drooglegging van de Kleine plassen van Schieland, de latere Polder Prins Alexander. Dit plan was gereed in 1859 en werd in 1867 aanbesteed. De eerste percelen grond werden in 1874 verkocht. In 1865 deed Beijerinck (weer te vroeg) een voorstel om het zuidelijke deel van de Zuiderzee droog te leggen door een dijk van Enkhuizen naar Kampen aan te leggen. Zijn opdrachtgever daarbij was de Nederlandsche Maatschappij voor Grond-Krediet.

Begin 1870 verzocht Beijerinck om eervol ontslag dat hem, na 52 jaar in dienst te zijn geweest van Waterstaat, op 1 april 1870 werd verleend. Jan Anne Beijerinck is op dezelfde dag tot hoofdinspecteur-titulair benoemd. Na een lang ziekbed overleed hij op 16 maart 1874 te ´s-Gravenhage. Zijn echtgenote stierf daar in 1868 al. Beijerincks werk leverde hem na zijn overlijden in het dagblad Het Vaderland de eretitel 'Grootste droogmaker van landen' op. Een kleine eeuw later zou Nieuwerkerk aan den IJssel hem vernoemen, zij het dus wat slordig. Nog later waren nazaten van hem met portretmedaillons van Jan Anne en Helena present in het Beijerinckgemaal en dat leverde bijgaande foto's op. Deze geven het echtpaar weer, zoals het rond 1830 in de Moordrechtse Dorpsstraat leefde, en deze plaatjes tref je minder aan dan een overbekende prent van alleen hem als kalende oudere man…. De Beijerincks woonden trouwens op wat nu nummer 4 is en laatstelijk als River House Hotel in maximaal zes kamers gasten ontving.

Hoe overheden omgaan met Beijerincks Zuidplaspolder en haar geschiedenis neigt minstens naar misbruik van de historie. 'De polder de polder laten, past in ieder geval niet in de traditie van de droogmakerij en de manier waarop Nederalndse (!) altijd hun natuurlijke omgeving hebben ingericht', aldus nog steeds een wat slordige volzin op de webstek driehoekrzg.nl.

Verschenen in de rubriek Toen & Nu in: Het Kanaal 14-4-2010

Reacties

 21 april 2010
Paul Weyling
Re: Beijerinck is de naam
Re: Beijerinck is de naam

Gemaal ‘Jan Anne Beijerinck’
Goed dat de schrijver in dit artikel refereert aan het gemaal Jan Anne Beijerinck. In Capelle dus, zo blijkt, geen straat of laan, die herinnert aan de planopsteller van de Polder Prins Alexander, maar een gemaal. Om precies te zijn een benedengemaal en het enige dat van de vier oorspronkelijke gemalen (1 bovengemaal en drie benedengemalen) is bewaard gebleven. Dat juist dit gemaal de naam van de planopsteller kreeg, is geen toeval. Jan Anne Beijerinck was namelijk een grote voorstander voor het installeren van ijzeren vijzels in plaats van traditionele houten vijzels als opvoerwerktuig. Dit in tegenstelling tot zijn (jongere) collega’s die voor centrifugaalpompen waren, een toen nieuw fenomeen met een hoger rendement. Na een bijna eindeloze en stevige discussie kwam men tot een compromis. De benedengemalen in Kralingen en Nieuwerkerk werden uitgerust met centrifugaalpompen en die in Capelle met vijzels. Zo kregen Beijerinck en zijn collega’s ieder een beetje haar zin. Het is daarom dat het vijzelgemaal in Capelle ter ere van de planopsteller en strijder voor vijzels als opvoerwerktuig in 1868 de naam ‘gemaal Jan Anne Beijerink’ kreeg, een jaar voor het daadwerkelijk in gebruik werd genomen. De vijzels waren overigens geen succes en gaven voortdurend problemen. In 1872 en 1873 werden ze dan ook vervangen door traditionele houten vijzels. Beijerinck, die op 26 maart 1874 op 73 jarige leeftijd overleed, heeft dit niet meer meegemaakt. Het zou hem als voorstander van vijzels ongetwijfeld pijn hebben gedaan, de vijzels waren een verkeerde keuze. In 1899 werden de vijzels vervangen door centrifugaalpompen, aangedreven door nieuwe stoommachines. Om dit te kunnen realiseren moest het gebouw vrijwel tot aan de fundamenten toe worden afgebroken. Het pand werd in gewijzigde vorm maar in dezelfde stijl weer opgebouwd. Het vernieuwde gemaal werd in december 1899 in bedrijf gesteld en had bijna net zo veel capaciteit als de drie oorspronkelijke benedengemalen samen waardoor het gemaal in Kralingen buiten bedrijf kon worden gesteld. In 1927 kwam een definitief einde aan het stoomtijdperk. Het Beijerinckgemaal kreeg toen 2 nieuwe Stork-centrifugaalpompen die via tandwielkasten werden aangedreven door elektromotoren van Smit-Slikkerveer. Het gemaal kan nog steeds dienst doen en is daarmee het oudste nog werkend electrisch bediend gemaal in Nederland. En gemeentelijk monument!

Reactie plaatsen




bijlage of video toevoegen





Houd mij op de hoogte van reacties op mijn inzending

Ik ga akkoord met de voorwaarden

* Verplicht invullen

ZoekenMoordrecht


Koninklijke Vereenigde Tapijtfabrieken MoordrechtStormramp 1953Gemeentewapen MoordrechtKorenmolen Moordrecht