Reddende M van de Nieuwerkerkse torenklok
Moerkapelse bevrijdingsklok van 1949

’Oranje boven’ in Moerkapelle

6 mei 2009 door Adri den Boer   0 reacties

De bevrijdingsdatum van 5 mei staat in Moerkapelle op de grootste kerkklok, die van 75 cm doorsnede. Dat kerkklokken en oorlogen iets met elkaar kunnen hebben is geen vondst: klok- en geschutgieters waren ooit al dezelfde. (Klokken worden gemaakt van brons, door de gieter ook wel 'klokspijs' genoemd. Klokspijs bestaat uit 78% koper en 22% tin.) Voor de Nederlandse overheid kwam onder andere de klokkenvordering tijdens de bezetting niet als een verrassing. Toen het in de jaren dertig duidelijk werd dat een Duitse overheersing in de nabije toekomst tot de mogelijkheden behoorde, werd in de verdedigingsvoorbereidingen aandacht besteed aan de bescherming van de kerkklokken. Onder leiding van de Rijksinspecteur voor Bescherming van Schatten van Kunst en Wetenschap, dr. Jan Kalf, was er in 1939-1940 een inventarisatie van alle klokken in Nederland gemaakt. Bovendien waren de klokken en carillons van kerkhistorische, oudheidkundige of artistieke waarde gemerkt met een M (Monument). Ook de torenklok van de Nieuwerkerkse dorpskerk kreeg zo'n M en een bijbehorend diploma in vier talen. Het stuk zit nog in het archief, evenals een tegenhanger inzake de antieke orgelpijpen.

In het najaar van 1942 waren in het vorderingsbeleid de kerkklokken aan de beurt. De bezetter zal onze klokken roven, maar geen Nederlander zal meewerken om de kroon van zijn bedehuizen te halen, zo dacht en schreef het illegale Vrij Nederland van 2 november 1942. Dat was naïef. Om de enorme klus te klaren werd de Limburgse aannemersfirma P.J. Meulenberg ingeschakeld. Binnen een jaar takelden 'klokken-Peter' en zijn medewerkers circa 6700 klokken naar beneden, die naar 24 opslagplaatsen in het gehele land werden gebracht. ('Glocken kämpfen mit für ein neues Europa', zo kwam er op de klok die Meulenberg als blijk van erkentelijkheid na afloop van zijn werk van zijn Duitse opdrachtgevers kreeg aangeboden. Hij werd er rijk mee, maar kreeg in 1947 20 jaar cel.) De M-klokken en de beschermde carillons bleven gespaard. Bovendien behield iedere gemeente één klok, die voortaan bij luchtgevaar dienst moest doen als alarmklok.

In Moordrecht werden de twee klokken uit de dorpskerk in januari 1943 uit de toren gehaald. Hoe de bevolking toekeek werd gefotografeerd. (Meester Jansen maakte er een gedicht over en dat is al te lezen in 'Moerdregt' van april 2009!)

Inlevering gold ook voor de kleine klok van de RK-kerk daar. De twee klokken van Moerkapelle verdwenen ook in 1943. In Gouderak werd op 22 juni 1943 de klok uit 1661 afgevoerd naar Hamburg. (In september kreeg men van het Rijk wel een andere, kennelijk omdat er dus geen alarmklok meer was…) In Nieuwerkerk werd de uit 1900 daterende klok met de doopnaam Petrus van de Sint Jozefkerk in de zomer van 1943 uit de toren gehaald. De klok van de dorpskerk met de letter M bleef gespaard (zie foto).
Over het algemeen werd door de Nederlanders gelaten toegekeken hoe de klokken verdwenen. Het was voor velen wel het bewijs dat de Duitsers de oorlog aan het verliezen waren. Als een simpele klok al moest bijdragen aan de Duitse eindoverwinning, dan moest de nood wel hoog zijn in Berlijn. In de volksmond was te horen: 'Klokken uit toren, oorlog verloren.' Bekend is het verhaal van de klokken in Epe. Op deze klokken, die enige tijd door enkele burgers ontvreemd waren, stond, toen ze onder bedreiging teruggebracht werden, geschreven: 'Die met klokken schiet, wint de oorlog niet.'

Na de oorlog doken in Duitsland de klokken op die nog in de rij lagen voor de smeltovens. (Van de 91.000 gevorderde klokken waren er in Hamburg nog 14.100 over.) Door een speciale klokkencommissie werden deze klokken opgespoord en weer naar hun oorspronkelijke torens teruggebracht. Dat gold ook voor de klokken van Moordrecht - al kwamen die retour uit Groningen - en van Gouderak, alsmede voor de kleinste uit Moerkapelle.

Het terugkomen gold niet voor klokken uit Nieuwerkerk (RK) en Moerkapelle (grootste Hervormde). De Sint Jozefparochie kocht na de ontvangst van oorlogsschadegeld in 1949 een nieuwe klok. Deze verhuisde rond 1990 mee van de 's-Gravenweg naar de Kerklaan. Het opschrift van de eerste klok zal hoogstens in de Kalf-inventarisatie te vinden zijn, maar dat van de tweede is nog te lezen. Naast gietjaar 1949 en gietdatum 15 augustus (Maria Hemelvaart), nummer en fabrieksmerk van gieter Eijsbouts prijkt er op: 'Nomen meum Willibrordus. Ad vos clamito et vox mea ad filios hominum. Prov. 8:4' (Mijn naam is Willibrord. Ik roep tot u en mijn stem is tot de zonen der mensen. Spreuken 8:4.)

Van Moerkapelle is foto of randschrift van de gestolen grote klok ook zomaar niet te vinden. (Zelfs het boekje 'Moerkapelle en haar dorpskerk' uit 1987 meldt alleen 'dat er vroeger andere klokken hingen'.) De gestolene moet de klok zijn die in 1707 werd gegoten door klok- en geschutgieter Quirijn de Visser Willemsz (Rotterdam 1675-1732). De nieuwe Moerkapelse klok (zie andere foto) werd in 1949 gegoten bij Van Bergen in Heiligerlee. Hij heeft een sprekend opschrift, dat ook nog herinnert aan de militaire inundaties van het voorjaar van 1945:

5 mei 1945
Door Duits geweld, ons volk gekweld,
de polder g'inundeerd, de klok weggenomen.
't Getij gekeerd, en ik hier gekomen,
mag mede God loven. Oranje boven.

Verschenen in de rubriek Toen & Nu in: Het Kanaal, 06-05-2009

Reactie plaatsen




bijlage of video toevoegen





Houd mij op de hoogte van reacties op mijn inzending

Ik ga akkoord met de voorwaarden

* Verplicht invullen

ZoekenMoerkapelle


Hervormde kerk MoerkapelleGemeentewapen MoerkapelleMoerkapelle