Bleiswijk  grafsteen Van Waning Moerkapelle

Moerkapelle ooit 'samen' met Bleiswijk

8 juni 2010 door Adri den Boer   0 reacties

De wegen van gemeentelijke (her)indelers zijn soms zelfs voor het nageslacht ondoorgrondelijk. Van 1811 tot 1817 vormden Bleiswijk en Moerkapelle één gemeente. Tot 1906 bleven ze nog dezelfde burgemeester en secretaris houden. (Het is in deze rubriek in maart nog aan de orde geweest met die burgemeester Tollens.) In 1810 werd het Koninkrijk Holland door Napoleon ingelijfd bij Frankrijk. Eén van de maatregelen van Napoleon was de instelling van gemeenten, waarbij de ambachten als bestuursvorm (tijdelijk) werden opgeheven. Bleiswijk werd daarbij in 1811 met Moerkapelle samengevoegd.  De Conseil Municipal van de Commune Bleiswijk had als president een Maire in de persoon van Jacob van Waning. In de gemeenteraadsvergadering van 2 april 1817 werd Moerkapelle en Wilde Venen, op uitdrukkelijk verzoek van de inwoners, weer tot een afzonderlijke gemeente verklaard. Dat deze samenvoeging maar slechts zes jaar duurde had te maken met "onvolkomenheden in de taakuitoefening, met name ten opzichte van de burgerlijke stand en op het gebied van de armenzorg". (En dat is dus een andere reden dan dat die met Zevenhuizen later maar 20 jaar duurde.) Uit latere correspondentie bleek dat de vergaderingen van de gemeenteraad en van schout en assessoren (b & w) problematisch verliepen, en dat de leden uit Moerkapelle regelmatig niet kwamen opdagen. Dit vanwege de grote afstand - een uur gaans lopen. Alle vergaderingen werden in Bleiswijk gehouden, net zoals nu die van Zuidplas in Nieuwerkerk. In de splitsing kon ook het gemeentebestuur van Rotterdam, als zijnde ambachtsheer van zowel Bleiswijk als Moerkapelle, zich vinden. En blijkens de notulen van de gemeenteraad van 7 mei 1846 waren er ook regelmatig "botsingen" tussen de inwoners van beide dorpen. (Was dan het uur loper weer niet ver?) Al met al reden om weer in 1817 uit elkaar te gaan en een bewijs dat gemeentefusies ongedaan gemaakt kunnen (of: konden?) worden.

Toch bleef de burgemeester van Bleiswijk dus tot 1906 wel burgemeester van Moerkapelle, wat ook gold ook voor de gemeentesecretaris. Toen burgemeester annex secretaris Jacob IV van Waning in 1836 overleed volgde zijn 21-jarige zoon Jacob V van Waning hem op als burgemeester en secretaris van Bleiswijk en Moerkapelle. Hij studeerde door in Leiden (liep daar steeds heen!) en werd er ook nog notaris bij. Jacob V overleed al in 1843 en zijn grafsteen met ook de naam Moerkapelle prijkt nog achter de dorpskerk van Bleiswijk. Omdat het een hangplek werd zit die kant van de kerk tegenwoordig wel achter een hek, maar de koster is gewillig. De steen van de tekst op bijgaande foto is: 'Hier rust het stoffelijk overschot van JACOB ISAAC van Waning, in leven BURGEMEESTER en SECRETARIS van BLEISWIJK en MOERKAPELLE, geboren den 26 Januarij 1815 overleden den 25 December 1843'. Bij een van zijn vele voettochten naar de Leidse universiteit liep hij longontsteking op en overleed daaraan. (Zie voor meer het prachtboekje 'Vijf burgemeesters Van Waning' uit 1988.)

De Bleiswijkse burgemeesters hielden in Moerkapelle bepaald geen 'Dorpsavonden' en kwamen er sowieso niet veel. Uit een brief van 16 november 1905 van burgemeester Modderman aan de commissaris van de Koningin bleek dat er een klacht was van wethouder A. Kool van Moerkapelle dat die burgemeester zich nauwelijks in Moerkapelle liet zien, behalve tot het voorzitten van de gemeenteraad. Modderman schreef dat hij iedere woensdag naar Moerkapelle ging, maar, zo gaf hij toe, dat hij"daarvan meermalen afgeweken is ... dat er nu of dan eens overgeslagen is, is waar, doch steeds met medeweten van de heren wethouders, en voor die enkele gevallen ... dat er hoegenaamd niets te doen was". Op deze vaste woensdag hield de burgemeester spreekuur voor de Moerkapelse ingezetenen, maar, zo meldde de burgemeester, "…is het een zeldzaam geval, als er zich iemand vertoont en zo is het sedert onheuglijke tijden altoos geweest". Bovendien kwam de gemeentebode van Moerkapelle genoeg naar Bleiswijk om mededeling te doen van belangwekkende voorvallen. Verder was het de bedoeling dat de burgemeester en secretaris tegelijk bij de Moerkapelse wethouders aanwezig waren om het een en ander te behandelen. Het was dus een bijeenkomst die dan het karakter van een collegevergadering kreeg. Maar in de praktijk bleken ze het "eenvoudig af te kunnen doen met een praatje over koetjes en kalfjes, totdat het tijdstip van vertrek aangebroken is en men plichtvoldaan naar huiswaarts gaat". Verder werd er geklaagd dat het archief van Moerkapelle in die tijd (1905) tijdelijk naar Bleiswijk werd overgebracht. Dit had met de leeftijd van gemeentesecretaris Cornelis van der Plas te maken, toen 77 jaar oud. Hij had al eerder met pensioen willen gaan, maar de gemeentefinanciën lieten dat niet toe. Pas in 1908 vertrok hij op 80-jarige leeftijd. In totaal was Van der Plas maar liefst 67 jaar werkzaam in het Bleiswijkse gemeentehuis. Eerst 16 jaar als klerk, ingewerkt door die beruchte burgemeester Tollens, ten slotte 50 jaar als gemeentesecretaris.

En de archieven van Moerkapelle? Die zijn op het streekarchief Midden-Holland in Gouda, maar dus niet van de periode 1811-1817. Toen was het immers een onderdeel van Bleiswijk en de archieven daarvan zijn gedeponeerd bij het Gemeentearchief Rotterdam. Qua geschiedbronnen en publicaties is Moerkapelle bepaald geen 'vergeten dorp'. Wel vergeten lijkt het 'zwarten' van de letters op de grafsteen van ook hun burgemeester. Bij het 'gemeentegeld-schuiven' van Zuidplas met de begrotingswijzer zou zelfs geen Moerkapellenaar dat hebben willen veranderen….

Verschenen in de rubriek Toen & Nu in: Het Kanaal 9-6-2010

 

Reactie plaatsen




bijlage of video toevoegen





Houd mij op de hoogte van reacties op mijn inzending

Ik ga akkoord met de voorwaarden

* Verplicht invullen

ZoekenMoerkapelle


Gemeentewapen MoerkapelleHervormde kerk MoerkapelleMoerkapelle