'Mijn burgemeester van Zuidplas is een …., maar geen….' Niet publiek bekend is wat specifiek Moerkapellenaren invulden op inwonersenquête voor het profiel van de in Nieuwerkerk residerende burgemeester en waar 'zij' volgens hen aan moet voldoen. (Eén hartekreet vroeg wel om zorg voor het 'Vergeten Dorp Moerkapelle'.) 'Op basis van de enquête-uitslag is verder de volgende persoonsbeschrijving van de nieuwe burgemeester te geven: zij kan zich goed inleven en is door haar sterke en warme persoonlijkheid samenbindend richting de verschillende culturele en dorpsgemeenschappen. Hierbij is ze 'dichtbij' de bevolking en heeft zij een natuurlijk gezag', aldus de samenvatting op de gemeentelijke website. Het profiel leek dus al voor de raadsvergadering van 2 maart vervrouwelijkt, maar aan de enquête was toen ook al 'aandacht geschonken' bij de concept-profielschets van de politiek. Deze bijdrage gaat over het feitelijke profiel van een Moerkapelse mannelijke burgemeester van weleer. Naar een gewenst profiel werd burgers toen niet gevraagd.
In 1854 verscheen bij J. van Baalen & Zonen te Rotterdam: 'Weldoen - Woorden van Mr. F.J. Tollens uitgegeven ten behoeve der noodlijdenden in de gemeenten Bleiswijk en Moerkapelle'. Een exemplaar ervan bevindt zich in de bibliotheek van het gemeentearchief van Rotterdam in een ''convoluut' oftewel een band met uitgaven die niets met elkaar te maken hebben. In dit geval is dat een heel eenvoudig bandje met dertig gelegenheidsgedichten van verschillende drukkers en soms ook formaten, en 'Weldoen' is daarvan de zeventiende. Het telt acht pagina's: een titelpagina, een blanco pagina en zes pagina's met het ruim gezette dichtwerk. Het gaat steeds om verzen van vijf regels over rijken en armen in het algemeen, zonder ook maar de minste verwijzing naar lokale zaken. Het eerste en het laatste vers luiden als volgt:
(…)
Voor dat laatste werd ook wel een zinsnede gebruikt als 'de arme gegeven is Gode geleend'. Het ging uit van een theologie dat rijken door aan armen te geven na hun dood een plaats in de hemel kochten. In geen van de Moerkapelse kerken wordt motivatie voor armenhulp nu zo verkondigd. Misschien was dat daar rond 1855 ook wel niet zo, in elk geval al niet bij de 'Ledeboerianen'. De dichter schreef vooral voor een rijke doelgroep van elders. Die echte of de zogenaamde dichter was dus mr. Franciscus Johannes (Frans) Tollens, van 1845-1868 burgemeester van de gemeenten Bleiswijk en Moerkapelle. Zijn vader was de bekende Rotterdamse dichter H.F.C. (Hendrik) Tollens (1780-1856). Of Tollens senior zoon Frans met dit gedicht hielp zal wel nooit bekend worden. Zelf verdenk ik senior er beslist wel van en daarom past ook een foto van zijn standbeeld in het Rotterdamse Park. De titelpagina van het gedicht heeft het wel nadrukkelijk over de 'Woorden' van junior, maar burgemeesters veroorloofden zich weleens meer dichterlijke vrijheden…. Dat de opbrengst van 'sommige stukken en stukjes, door hem ten bate der armen gedicht, duizenden guldens bedroeg' is van Hendrik Tollens in de literatuur te vinden en van Frans Tollens bepaald niet.
Burgemeester Frans Tollens woonde met zijn vrouw Elisabeth Simonda Hasebroek te Bleiswijk en zij kregen daar ook kinderen. Toen zijn vrouw overleed dichtte vader Hendrik: 'Bij het graf van mijn geliefde schoondochter Elisabeth Simonda Hasebroek: 24 mei 1855'. Frans hertrouwde en kreeg ook met Sophie Elisabeth Gaumon een kind.
Wouter Paul schreef in het Verleden Tijdschrift (VT) 29 van juni 1992 een ook op stukken gebaseerd ànder verhaal over burgemeester Frans Tollens. Het ging over zijn drankproblemen en zijn ongeoorloofde betrekkingen met achtereenvolgende dienstbodes! De Commissaris des Konings droeg hem dan ook in 1868 niet meer voor herbenoeming voor bij Zijne Majesteit. (Wie dat verhaal in VT 29 wil lezen kan op diverse plaatsen terecht: van het streekarchief Midden-Holland in Gouda tot in het Historisch Centrum Ons Verleden in Zevenhuizen.)
Vader Hendrik Tollens was in 1868 al twaalf jaar overleden. Hij heeft van dat niet-herbenoemen van zijn zoon nooit behoeven te weten, evenmin als van de (gelukkige) vervanging van zijn volkslied door het Wilhelmus anno 1932. Immers hij dichtte in 1817 'Wien Neêrlands bloed in d'aders vloeit, van vreemde smetten vrij…' Het laatste werd gezien de herkomst van veel Indische Nederlanders daar maar vervangen door: 'wien 't hart klopt fier en vrij'.
Verschenen in de rubriek Toen & Nu in: Het Kanaal 17-3-2010
Mijn Plaats