Oranjebulletin 15-01-1945

ORANJE-BULLETIN No. 28 Uitgegeven door: De Geus, Je Maintiendrai, Ons Volk, Op Wacht, De Opdracht Het Parool, De Ploeg, Trouw. Vrij Nederland, De Waarheid en de Kieuwsorganen Uitgave voor Den Haag en Omstreken en Delft 15 Januari. Proclamatie van de samenwerkende illegale organisaties. Landgenooten, de nieuwe arbeidsinzet-maatregelen van ODze Duitsche onderdruk kers vormen het gesprek van den dag. Het standpunt van de samenwerkende ille gale groepen is U bekend; niet melden. Wij weten in welke ellendige omstandigheden het Nederlandsche volk op het oogenblik verkeert. Wij weten, dat de toekomst er zeer donker uitziet. Wij be grijpen, dat velen daardoor den moed dreigen te verliezen en geen uitweg meer zien. Wij begrijpen, dat sommigen zich willen melden, omdat de hongersdood hen hier in het Westen bedreigt. Maar weten deze mannen wel welk lot zij in den arbeidsinzet tegemoet gaan Weten zij wel, welke ontberingen de gedeporteerde Nederlanders hebben te doorstaan in de arbeidskampen Weten zij wel, dat daar geen verwarming, geen verlichting, geen voldoende voedsel, geen dek en geen verzorging is? Weten zij wel, dat daar honderdduizenden een langzamen dood sterven van vocht, ziekte, honger en ellende? Landgenooten, laat U toch niet misleiden door de Duitsche propaganda. Het leven thuis is altijd toch nog beter dan het menschonteerende slavenbestaan bij de vijanden van het Nederlandsche volk. Verliest den moed niet I Blijft bij elkander, biedt de ellende het hoofd en houdt vol! De zwaarste maanden staan ons nog te wachten, maar er komt een eind aan. BLIJFT HIER! MhLDT U NIET! Als de nood het hoogst is, is de redding nabij. De samenwerkende illegale organisaties. Toelichting. Inderdaad, ,,het leven thuis is altijd toch nog beter dan het mensch onteerende slavenbestaan bij de vijanden van het Nederlandsche volk''. Over het lot der gedeporteerden schreef een ooggetuige: „Van uit Apeldoorn. Utrecht, Rotterdam, Den Haag, Haarlem, Leeuwarden en andere plaatsen zijn groote transporten aangekomen, uit huis gelokt door de Duit- schers met mooie aanbiedingen als; goed eten en drinken, voldoende rooken, ruim geld, goede ligging en spoedige terugkeer. Heel wat zijn zich daarvoor vrijwillig gaan melden. Maar duizenden zijn er, die geen gelegenheid hadden weg te komen, die zijn weggerukt van gezin en huis; op slechte schoenen, met niet meer kleeren dan ze aan het lijf hadden en een enkele deken moesten ze de reis maken, op schepen gepakt als wilde dieren, staande in regen en koude, slechts voorzien van eten als burgers hun wat toestopten;, opgeladen in treinen die waanzinnice einden omreden. „Het ergste waren zij er aan toe, die te voet het werkgebied van de O.T. moesten zien te bereiken. Nu, na 10 weken, zijn bij velen de gevolgen nog te zien van een marsch van 150 km in den stroomenden regen, en wie in de
pleisterplaatsen in Utrecht en Amersfoort heeft gezien hoe de Duitschers omsprin gen met uitvallers, onder wie zieken, zal dit niet licht vergeten. Het is een won- derlijk mengelmoes wat men in de kwartieren van de Ü.T. vondt: kinderen van 16 en 17 jaar, vaders van groote gezinnen, longpatiënten en diphtherielijders, arm en rijk, politie-agenten, arbeiders en onderwijzers, alles vindt men daar bijeen en wat is er gekomen van de beloften der Duitschers? Eten en drinken was aan vankelijk goed, nu is het al armelijk, al is het hier nog beter dan wat de bevol king in Holland krijgt. Rooken, één of twee sigaretten per week. Maar de S.S. had reeds een week voor Kerstmis zijn hazebout met snaps! „En dan de ligging, dat is wat de mannen het meest demoraliseert, Wie zoo ge lukkig is geweest bij burgers onderdak te vinden, voelt dit niet zoo sterk, maar het overgroote deel der mannen moet wonen in oude scholen en schuren, ont spanningslokalen en dgl. De toestanden zijn onbeschrijflijk. Men bezit vaak geen en nooit meer dan één deken. De meesten liggen op stroo, dat in 10 a 12 weken niet ververscht is en dus krioelt van de luizen en ander ongedierte. De lokalen worden practisch niet verwarmd en hebben evenmin verlichting. Op de vraag „Kan daar en daar niet een kachel worden geplaatst?" kwam prompt het ant woord; ..Unsere Jungen an der Front krepieren auch im Dreck!" Zoodat de mannen, als zij na acht uur van de straat komen, in het donker en de kou maar gaan liggen op het strooien dek. Na een dag ploeteren in de modder is men van top tot teen vuil, maar 's avonds wasschen is voor de meesten een onmogelijk heid. Handdoek, zeep, toiletgerei en scheermes zijn een ongekende luxe, Wie zorgt voor warm drinken? De plaatselijke burgercomité's doen wat zij kunnen, maar het is onmogelijk allen van het hoognoodige te voorzien. De kerken in Holland doen veel, maar hoe komen de artikelen over de IJssel? Het is als een druppel op een gloeiende plaat. ,,En dan de kleeding. Sokken, ondergoed en bovenkleeding, het verteert alles aan het lijf. Gevolg: een totale vervuiling. „Hoe is de geestelijke toestand? Er zijn er, die door hun geloof worden staande gehouden en wanneer er een paar van zulke menschen in het kwartier zijn houden zij de anderen op, maar over het algemeen is de demoralisatie groot. De flinken zijn er tusschen uit getrokken (nu vrijwel onmogelijk door de IJsselsperre). Wat moeten de zieken, de zwakken en de minder flinken? Langzaam maar zeker slaat de verlammende geest van de moedeloosheid in de harten. Men vergeet ons!' Nederlanders melden zich. Ondanks de duidelijke Regeeringsverklaring, ondanks talrijke waarschuwingen van hen, die het lot der melders aan den lijve hadden meegemaakt, ondanks aange plakte proclamaties van de illegale organisaties, hebben vrij veel Nederlanders zich weer door honger en kou of angst voor de gevaren hier laten verleiden om zich te melden voor grooter honger, grooter kou en grooter gevaren in dienst van den vijand. Nadat de eerste dagen de melding in Den Haag betrekkelijk gering was geweest, trokken echter Maandagavond en Dinsdagmorgen drommen raar het SS.-station. Maandagavond zou de trein, bestaande uit open goederenwagens, met enkele personenwagens voor de bewaking, vertrekken. Op het laatste oogcnblik kwam het bericht, dat men pas den volgenden morgen zou vertrekken, zoodat de nacht in de wachtkamers moest worden doorgebracht. Een gedeelte van de Hagenaars zou naar Havelte in Drente gaan en een ander deel naar Duitschland, nl. Han- nover. Deze werden in de verschillende wachtkamers gestopt, een deel van de mannen werd nog naar het station Laan van Nieuw Oost rndie gedirigeerd. In de wachtkamers lagen stapels brooden en kazen, iedere melder kreeg een brood en anderhalf pond kaas. Vrouwen, die afscheid kwamen nemen, werden op barsche wijze door de Duitschers verjaagd. In andere plaatsen moet het transport nog bruter aangepakt zijn, de gevangenen zouden o.a. veelal geen eten hebben ontvangen. In Leiden meldden zich 1500 man, waarvan er Dinsdag 100 op het station ver schenen. Toen ook hier geen trein kwam opdagen, werden zij overgebracht naar Heck's lunchroom, waarbij 55 man naar huis doorliepen, In Katwijk meldden zich 1200 man. De 600 man, die zich in Delft voor vijandelijk werk hadden opge geven, moesten eenige dagen en nachten op het station blijven kampeeren. De Duitschers toonden weinig belangstelling voor hen. Verschillende Nederlanders vonden het handiger zich niet gewoon bij de arbeids- bureaux te melden. In de meening, dat zij bij de Organisation Todt beter af zou den zijn dan bij de normale melding, hebben zij zich in verschillende plaatsen, niet het minst in Amsterdam en Den Haag, in drommen bij de O.T.-bureaux ge meld. Wie zou er niet voor een boterham meer in een Duitsch uniform willen rondmarcheeren! Dan zijn er de „handigsten," die een Ausweis vragen. Het is waar, de Duitschers worden op deze wijze in staat gesteld hun maatregelen uit te voeren zonder een chaos te scheppen. Het is ook waar, dat je met zoo'n Ausweis grondig geregistreerd staat en het zoo veel gevaarlijker maakt je straks aan de Duitsche greep te onttrekken. Maar het is soms moeilijk om verder te kijken dan den dag van vandaag, en dan het eigen belang! Nederlanders verzetten zich. Velen hebben zich gemeld. Veel meer hebben zich verzet. Talrijk zijn ook de tegenmaatregelen van de ondergrondsche groepen. rn de eerste plaats zijn in vele steden en dorpen over de Duitsche oproepingen heen Proclamaties van de illegale organisaties aangeplakt om de mannen tot verzet aan te manen. In Amsterdam vond een groote aanplakactie plaats met de Regee ringsverklaring in een uitgave van Trouw, met een proclamatie en een oproep van de Waarheid, enz. Ook was er een geteekend aanplakbiljet, zwart op oranje achtergrond, dat een portret van H.M. de Koningin vertoonde met op den voor grond een enorme ploert van een Polizist, die een mageren spitter in hemdsmouwen bij de kraag had, en het onderschrift: „Zijt gij des vijands slaaf, zoo meld U dan. Zoo neen, dan niet!" In Utrecht was een viertal plakkaten geafficheerd, waaronder de Regeeringsverklaring. Een der platen stelde het volgende voor: een bijzonder ezelachtig uitziende ezel staat in een lieflijk grasveldje te grazen, waarbij als tekst: „Ik ga mij melden, want in Duitschland is het gras veel lekkerder dan in Neder land". Tenslotte werden er nog biljetten aangeplakt, waarop aangekondigd was, dat de aanmeldingstijd uitgesteld was. Verder vonden er ook verschillende gevallen van sabotage plaats, In Amsterdam werd op den avond van 5 Januari het aanmeldingsbureau, gev. in de Spieghel- school (Marnixstraat), in brand gestoken zoodat het totaal uitbrandde. De tien vrijwillige „Nederlandsche" registrateurs (in verschillende gemeenten hoefden de
aanwezige ambtenaren niet mede te werken, doch werden naar huis gestuurd en vervangen door personen, die zich voor deze taak vrijwillig aanmeldden) 2ijn alle op weg naar huis neergeschoten. Den volgenden dag zijn enkele groepen „terro risten" in het openbaar terechtgesteld. Voorts is hier op 7 Januari een tijdbom ontploft in een ander gebouw van het Gem. Arbeidsbureau aan de Passeerder.»gr. De gewonden waien hoofdzakelijk Duitschers. De registiatieweikzacmheden worden nu door de Grüne zelf verricht. In Den Haag is in den avond van 9 Januari bij het adviesbureau voor arbeid in het buitenland op den hoek van de Jan Hendrik- straat en de Prinsegracht een handgranaat door de ruiten gesmeten. Den volgenden morgen waren alle ruiten dicht getimmerd en stond er een agent voor de deur op post; het bureau was gesloten. In den avond van 10 Januari we.d een bomaan slag gepleegd aan den achteringang van het Gem. Arbeidsbureau. Tenslotte werden nog in vele gemeenten de bevolkingsregisters gelicht. In de Zaanstreek werden van alle plaatsen de bevolkingsregisters „bevrijd", behalve van Westzaan. Deze actie sloeg ook naar andere streken over en werd een soort wedstrijd. Een groote trailer met Grüne Polizei reed de gemeenten langs van de Zaanstreek, kwam echter overal juist te laat. Hij wendde hierop het stuur naar Kennemerland. Dit werd echter doorgegeven aan de illegaliteit aldaar, met als ge volg, dat ettelijke bureau's nog op tijd verdwenen, terwijl drie anderen bij aan komst der Duitschers in brand stonden. Ook de bevolkingsregisters van Schiplui den Boskoop, Lisse, Rijnsburg, Voorschoten en van vele gemeenten in de provin cie Utrecht werden gelicht. Een poging in Sassenheim mislukte: men moest zich tevreden stellen het bureau onbruikbaar te maken. In Leiderdorp kwam een over- valgroep nad*t de Duitschers al geweest waren, zoodat de buit slechts uit zegel tjes, blanco PB s er dgl. bestond. In den Haag is als tegenmaatregel in den mid dag van S Januari het bureau aan den Goudenregenstraat door de Duitschers bezet, waarna ook de bevolkingsregisters van Rijswijk, Wateringen en eenige andere gemeenten uit het Westland hierheen zijn overgebracht. De trek naar het Zuiden. Speciaal onder illegale werkers bestaat den laatsten tijd een geweldige animo om naar het geallieerde Zuiden te gaan. Zoowel van geallieerde als van illegale zijde bestaan daartegen echter ernstige bezwaren: 1. Men is van geallieerde zijde geenszins gesteld op een grooten toeloop, aan gezien het uiterst moeilijk is om bonafide jongelui te scheiden van provocateurs, spionnen en andere onbetrouwbare individuen. 2. Door de groote aantallen gegadigden worden de weinige oversteekplaatsen te zwaar belast en blijven er geen mogelijkheden meer over voor diegenen, die een belangrijke opdracht hebben, of voor in bezet gebied neergeschoten vliegers om terug te keeren. 3. Speciaal voor illegale werkers geldt, dat het juist nü een vereischte is op zijn post te blijven, teneinde het zoo belangrijke werk in bezet gebied voort te zetten. Zij, die naar Brabant oversteken, worden, behoudens wanneer zij over zeer goede introducties beschikken voor den duur van den oorlog in een interneeringskamp bij Breda opgesloten. Stopt dit nummer ergens in de bus bij een goed Nederlander.
Oranjebulletin 15-01-1945

Zoeken


Oosterbegraafplaats AlphenGoudse stadslibrijeLeimuiden en Vriezekoop aan het einde van de achttiende eeuwHervormde kerk Moerkapelle